Tillie Walden – Spinning

Tillie Walden bracht een groot deel van haar jeugd door op de ijsbaan. Een normale dag betekende om 4 uur opstaan voor ochtendtraining, dan naar school en dan nog een schaatstraining. Daarnaast deed ze regelmatig mee aan schaatscompetities en testen. Alsof dat op zich niet zwaar genoeg was werd ze op school gepest, zat ze in de kast en had ze in emotioneel opzicht weinig aan haar familie. Hoe ze dat fysiek en mentaal 12 jaar volhield is wat ze onderzoekt in deze autobiografische graphic novel.

Halverwege het boek dacht ik: dit kind stevent af op een depressie of ze heeft er al een. Dat is ook het punt waarop ik me begon te identificeren met de hoofdpersoon. Walden dient haar levensverhaal zonder veel introspectie op en laat het aan de lezer om ervaringen te duiden.

Voor mij is dit een portret van een meisje dat zich door een depressie heen worstelt. Ze wil vooruit maar heeft niet het emotionele gereedschap of de ondersteuning om dat voor elkaar te krijgen en dus blijft ze worstelen. In materieel opzicht heeft ze niets te klagen (soms stoorde ik me aan hoe ze al haar schaatslessen/muzieklessen/een eigen auto om in te rijden als vanzelfsprekend leek te zien) maar in haar disfunctionele gezin is echte communicatie onmogelijk. Alle andere arena’s waarin haar leven zich afspeelt zijn net zo onveilig. Er lijkt geen plek voor haar om simpelweg zichzelf te zijn.

Walden maakte dit boek maar een paar jaar nadat ze deze ervaringen leefde. Haar doel was om over te brengen hoe het toen voelde en daar slaagt ze in. Maar ik vermoed dat er meer lagen in dit verhaal zitten, dat de auteur met de jaren en meer levenservaring bepaalde gebeurtenissen zal verwerken en herijken.

Dit is een heel specifiek relaas en dat is deels waarom het mij goed beviel. Het tempo is laag en de toon vrij somber en dat 400 pagina’s lang. Spinning zal niet iedereen aanspreken maar ik vond het de moeite waard. De eerlijkheid waarmee Walden haar familierelaties neerzet vind ik moedig. Hoewel de hoofdpersoon vaak op een afstand blijft weet de auteur toch allerlei emoties op te roepen (bij mij in ieder geval). Hoe ondoorgrondelijk de hoofdpersoon soms ook was, ik leefde met haar mee.

Caleb Carr – The Alienist

In het New York van 1896 is de latere president Theodore Roosevelt het nieuwe hoofd van politie. Terwijl hij zich bezig houdt met het bestrijden van corruptie binnen het departement stelt hij Dokter Laszlo Kreizler aan om in het geheim te helpen bij het oplossen van een gruwelijke moord. Kreizler is een omstreden figuur. Als psycholoog (“alienist“) is hij gespecialiseerd in crimineel gedrag maar zijn methodes strijken allerlei machtige facties tegen de haren in. De moordenaar gaat ondertussen door met zijn werk en Kreizler, bijgestaan door een team van buitenstaanders, lijkt de enige die grip kan krijgen op deze duistere figuur.

Ik keek op tegen de omvang van het boek maar werd snel opgeslokt door de wereld die Carr creëerde. Ondanks het grimmige uitgangspunt voelt de zoektocht naar de moordenaar 400 pagina’s lang als één groot avontuur. Daarna zakt het tempo in. Op dit punt waren het niet alleen de personages die moe werden van hun eindeloze zoektocht. Wanneer Kreizler’s team de moordenaar wel degelijk op de hielen blijkt te zitten wordt het verhaal weer bloedstollend.

The Alienist heeft een vakkundig geconstrueerd plot, een ploeg personages met ieder een eigen stem en bevat veel geschiedkundige details die goed gedoseerd worden opgediend. Wat dat betreft is het absoluut vakwerk. Helaas worden de hoge verwachtingen die het boek schept niet helemaal ingelost en het verhaal verdient een mooiere slotzin. Carr zelf lijkt aan het eind ook een beetje moe van het schrijven van deze lijvige roman.

Gloria Steinem – My Life on the Road

Gloria Steinem kende ik als feministisch icoon maar behalve haar introductie voor Eve Ensler’s toneelstuk The Vagina Monologues had ik nog nooit iets van haar hand gelezen. Steinem werkte jarenlang als journalist en werd onder andere bekend als één van de oprichtsters van Ms. Magazine. In deze memoires vertelt ze hoe ze ondanks haar angst voor spreken in het openbaar lezingen begon te geven en door de jaren heen groeide in een rol als organisator en activist.

Die lezingen gaf ze eerst als onderdeel van een duo, altijd in tandem met een zwarte vrouw. Zo trokken ze een groter en diverser publiek dan als ze in hun eentje zouden optreden en zo kon Steinem stapsgewijs de kneepjes van het vak leren van haar meer ervaren partners. Eén van hen was de legendarische advocaat-die-activist-werd Flo Kennedy. Assata Shakur noemde haar ook in haar autobiografie als een van de weinige advocaten waar zij vertrouwen in had.

Aanvankelijk verwachtte ik een traditioneler, lineair verhaal, ook omdat Steinem bij haar jeugd begint met vertellen. Maar het boek als geheel heeft een meer staccato stijl en dat went snel. Ze deelt ervaringen en ontmoetingen die zijn gegroepeerd rond thema’s. Zo behandelt ze duizelingwekkend veel onderwerpen met als rode draad: opkomen voor onderdrukte mensen. Dat is wat Steinem al haar hele volwassen leven aan het doen is.

Ze schrijft herhaaldelijk over de impact die een lezing die ze gaf decennia later gehad blijkt te hebben, als ze mensen die erbij waren terugziet of een jongen haar aanspreekt omdat zijn kerk haar lezing noemt als het meest controversiële moment in hun geschiedenis (met een verbod van de paus himself op leken die een preek komen houden als direct gevolg). Ze laat zien dat het werkt (en hoe het werkt) om bekende gezichten naar een tot dan toe onderbelichte demonstratie of staking toe te sturen om zo media aandacht te genereren voor mensen die uitgebuit worden en zelf geen enkele macht hebben.

Gloria Steinem was erbij op historische momenten: van Martin Luther King’s I have a dream toespraak tot de eerste National Women’s Conference. Bella Abzug instigeerde die samenkomst van delegaties vrouwen uit alle Amerikaanse staten, gericht op het veranderen van wetten en om zaken als abortus op de nationale agenda te zetten. Ze trok Steinem aan om te helpen bij de organisatie. Zie ook het boek over Bella Abzug dat ik eerder besprak voor het belang van die conferentie.

In het laatste hoofdstuk, “What once was can be again“, vertelt de schrijfster hoe ze zelf steeds meer ontdekte over Native Americans en hun rol in de Amerikaanse geschiedenis. Een rol waar ze op school niets over leerde. De Amerikaanse grondwet bijvoorbeeld is gemodelleerd naar het systeem van de Iroquois Confederacy. Maar “Unlike the Native model, the Founding Fathers’ Constitution allowed slavery and private property as well as the exclusion of women” (p. 256).

Je vangt als lezer een glimp op van een ander soort samenleving, één gestoeld op samenwerking in plaats van hiërarchie. Zonder te vervallen in kletskoek over nobele wilden zijn hier lessen te leren over een andere manier van landbouw bedrijven, een andere manier van samenleven waar de huidige Westerse maatschappij iets van kan opsteken.

Steinem, die trots was op de etnische diversiteit bij Ms. Magazine, realiseerde zich ook opeens: waarom zit er geen Native American in ons bestuur? Sindsdien hebben onder andere Wilma Mankiller, de eerste vrouw in het moderne tijdperk die gekozen werd tot Chief van de Cherokee Nation, de organisatie versterkt. Van al die mensen waar Gloria Steinem mee samenwerkte krijg je een portret. Al die portretten samen creëren een boek vol interessante mensen.

My Life on the Road informeert en ontroert. Het boek leest lekker weg ondanks de zware onderwerpen die de auteur aanstipt. Je krijgt ook een idee van Steinem’s persoonlijkheid en het is een wonder dat ze zo goedgemutst door het leven gaat terwijl ze dag in dag uit haar neus in ellende steekt om er iets beters van te helpen maken. Of misschien is het geen wonder maar juist de ervaring dat actie ondernemen werkt.

Voor nog een glimp van de Amerikaanse samenleving voordat het patriarchaat van kolonisten het continent overheerste, zie het hoofdstuk ” ‘The women must hear our words’ The revolution in the lives of Indian women” in Revolutionary Mothers. Women in the struggle for America’s Independence van Carol Berkin.

Assata: An Autobiography

Assata Shakur, een van de oprichters van de Black Liberation Army, werd in 2013 als eerste vrouw op de FBI’s most wanted terrorist-lijst gezet. Ze woonde toen al decennia in Cuba, waar ze politiek asiel kreeg nadat ze ontsnapte uit een Amerikaanse gevangenis.

In eerste instantie had ik niet zo’n belangstelling voor de hoofdstukken over haar kinderjaren want ik wilde lezen over de politieke gebeurtenissen en wat ze nou precies gedaan had om alle heisa rond haar persoon te rechtvaardigen. Haar betrokkenheid bij de Black Panthers bijvoorbeeld. Gaandeweg begon de parallelle structuur van dit boek toch te werken: volwassen Assata in de gevangenis en in de rechtszaal afgewisseld met haar ontwikkeling van kind tot een in allerlei opzichten door de wol geverfde, politiek bewuste (jong)volwassene.

Ze was een jaar of 30 toen ze dit boek schreef maar ondanks de vele traumatische ervaringen die ze al had doorstaan (waaronder jaren in eenzame opsluiting) blijft ze jong klinken. Het zal haar idealisme zijn.

Wat me opviel tegen het eind van het boek is dat Shakur nergens benoemt wat ze in het kader van de gewapende strijd ter bevrijding van de zwarte bevolking in Amerika nu concreet deed. Ze beschrijft hoe ze zich inzette voor de gemeenschap door als lid van de Black Panthers zwarte kinderen les te geven en gratis ontbijt te organiseren in arme wijken; hoe ze later in de ene na de andere rechtszaak wordt vrijgesproken van wilde beschuldigingen die duidelijk onderdeel zijn van een haatcampagne vanuit de overheid. Maar hoewel ze benadrukt dat politieke praatjes niet genoeg zijn en dat een revolutie in feite een langdurige oorlog is, schrijft ze nergens dat ze ook daadwerkelijk de wapens oppakte.

Shakur laat zich ook emotioneel gezien niet helemaal in de kaart kijken. Ze vertelt hoe ze zwanger raakte in de gevangenis, hoe haar baby na de geboorte meteen bij haar werd weggehaald en wat dat lichamelijk met haar deed. De emotionele tol wordt nauwelijks benoemd.

De autobiografie geeft een goed beeld van Assata Shakur’s drijfveren en persoonlijkheid. Ik ging niet altijd mee in haar overtuigingen maar het verbaasde me hoe vaak ik het hartgrondig met haar eens was. Haar analyse van de Amerikaanse samenleving klopt gewoon. Het is eng en teleurstellend hoe weinig er veranderd is sinds ze dit boek schreef.

Door het excessieve geweld van de politie, de goed gedocumenteerde samenzwering vanuit de FBI (COINTELPRO) en het wijdverspreide racisme dat ze beschrijft (als ook de onafhankelijkheid van geest die ze tentoonspreidt), lag mijn sympathie in deze geschiedenis stevig bij Assata. Toch knaagde het aan het eind. De spagaat tussen wat ze vertelt en wat ze heeft weggelaten gaf me het gevoel gemanipuleerd te worden. En toen werd haar advocaat vermoord.

De papieren en contacten van de advocaat gingen in rook op en daarmee het restje hoop op enige vorm van verdediging in het belangrijkste proces. De politie bleek ze in bezit te hebben maar wilde ze niet vrij geven (hoe kwamen ze aan die papieren?). De jury werd samengesteld uit vrienden en familie van New Jersey state troopers terwijl Shakur beschuldigd werd van de moord op een New Jersey state trooper. Allerlei takken van de overheid spanden samen om haar koste wat het kost veroordeeld te krijgen. Het is zo’n misselijkmakend, grensoverschrijdend, overweldigend crimineel gebeuren dat ik kan begrijpen dat je een revolutie teweeg wil brengen om aan dit soort praktijken een eind te maken.

Rebecca Skloot – The immortal life of Henrietta Lacks

Rebecca Skloot vertelt het verhaal van de vrouw uit de titel: haar dood door kanker en wat er daarna gebeurde. Lacks´ kankercellen waren de eerste die wetenschappers in een lab in leven wisten te houden. Ze vormden de basis voor onderzoek naar en medicijnen voor een trits aan ziektes. Het eerste doel waar Lacks´ cellen voor werden ingezet was het bestrijden van de polio-epidemie in de jaren 1950. Dankzij haar kon er een vaccin worden ontwikkeld. Lacks´ genetische materiaal werd verder gebruikt in de ontwikkeling van chemotherapie, het in kaart brengen van genen, in vitro fertilisatie en nog veel meer.

De auteur wil de levensloop van Lacks´ familieleden recht doen en tegelijkertijd een wetenschappelijke en maatschappelijke geschiedenis vertellen. Dat wringt soms. Je merkt als lezer dat Skloot naar een balans blijft zoeken tussen die twee verhaallijnen.

Henrietta Lacks´ kinderen zagen nooit een cent van alles wat er aan hun moeders´ cellen werd verdiend. Zij leefden in armoede. De familie werd ook nooit geïnformeerd over het feit dat Lacks´ cellen werden gebruikt voor onderzoek en naar internationale laboratoria werden gestuurd. De mens Henrietta Lacks werd uit de geschiedenis geschreven terwijl haar genetische materiaal de wereld rondging.

Skloot is nadrukkelijk op zoek naar de vrouw achter de cellen en voert zichzelf ook als personage op. Ze laat zien hoe ze met veel moeite het vertrouwen van de familie won, waardoor ze dit boek kon schrijven. De levenswandel van Lacks´ familieleden gaat van een arme, landelijke omgeving naar een stedelijk ghetto, altijd genegeerd door beleidsmakers. Ze staan onderaan de maatschappelijke ladder. De stem van deze mensen wordt niet gehoord in de politiek en wordt niet weergegeven in geschiedenisboeken of op t.v. Toch zijn ze een integraal onderdeel van de Amerikaanse samenleving. Een groot deel van de kracht van dit boek is dat Skloot hen eindelijk een podium geeft.

Er staan schokkende dingen in. Het is heftig om te lezen hoe slecht het de kinderen verging na Henrietta Lacks´ dood. Ze werden jarenlang mishandeld, misbruikt en uitgebuit door familieleden die voor hen hadden moeten zorgen. De wetenschapper die zonder uitleg mensen met kankercellen injecteerde ging me ook niet in de koude kleren zitten. Het instituut ´´for the negro insane“ waar Lacks´ oudste dochter naartoe was gebracht in de jaren ´50 en waar het meisje stierf, blijkt een verschrikkelijk oord waar op patiënten werd geëxperimenteerd. Skloot gaat de horror van de realiteit niet uit de weg en deelt af en toe een mokerslag uit.

De schrijfster geeft iedereen een gezicht, zowel de medici die met Lacks´ cellen werkten als de familieleden die ze in dit tijdperk interviewde. Ze weet zo een complex onderwerp goed leesbaar te maken. Soms is de beschrijving van wetenschappelijke ontwikkelingen een tikje droog. Het geheel is geen harmonieuze compositie maar haar boodschap komt over. Een boek dat je nog lang bijblijft.

Len Deighton – SS-GB

SS-GB schetst een verleden waarin de opmars van de nazi’s niet werd gestopt maar waarin het Duitse leger Groot-Brittannië in 1941 onder de voet liep. Onder de Arische overheersing gaat het politiewerk van Detective Superintendent Douglas Archer gewoon door. Als hij vermoedt dat een moordzaak in Londen verband houdt met het ondergrondse Britse verzet, wordt het steeds moeilijker voor hem om vol te houden dat hij ook maar gewoon zijn werk doet.

Dit is solide entertainment met een serieuze ondertoon. De sfeer is consequent beklemmend. De structuur van de Britse samenleving onder de nazi’s is tot in de puntjes uitgedacht en dat creëert een geloofwaardig decor voor de verwikkelingen. Deighton toont iedereen die profiteert van handel met de bezetter versus de slachtoffers en het Verzet (en ook hoe niet iedereen tot de categorie behoort waar ze op het eerste gezicht in lijken te vallen). Het defaitisme van de Britten nu ze de oorlog verloren hebben is invoelbaar. Eten, tabak en benzine zijn allemaal op rantsoen. De hele alternatieve oorlogssituatie is realistisch uitgewerkt.

We volgen het verhaal bijna helemaal door de ogen van Archer. Er zijn korte uitstapjes naar het perspectief van anderen en dat voelde voor mij als een stijlbreuk. We zitten in Archer’s hoofd en daar zouden we wat mij betreft moeten blijven. Als ik meega in de herinneringen die hij bijvoorbeeld heeft aan een platgebombardeerde buurt waar hij als kind kwam dan wil ik geen onderbreking van een paar zinnen met informatie vanuit een ander personage. Dat had op een andere manier gebracht kunnen worden.

De plausibiliteit van de plot wankelt soms. Archer’s nieuwe liefde blijft een clichématig figuur. De intriges binnen de ranken van de nazi’s daarentegen zijn vernuftig bedacht en geloofwaardig. Er gebeurt veel in dit boek. Deighton houdt het tempo en de spanning er goed in maar onder de vele twists geen deus ex machina. De auteur weet ondanks de gestileerde detectivevorm deze wereld tot leven te brengen. SS-GB is niet om vrolijk van te worden en toch is het een heel genietbaar boek. Intelligent amusement.

The Collected Dorothy Parker

Het verzameld werk van Dorothy Parker (1893 -1967) bestaat uit korte verhalen en gedichten, gevolgd door recensies die ze schreef voor toonaangevende tijdschriften als Vanity Fair en The New Yorker. Parker stond bekend om haar scherpe tong. Bijtende humor was haar handelsmerk. Haar korte verhalen en veel van haar gedichten hebben die toon en dat pakt soms briljant uit.

In haar verhalen schreef Parker vooral over vrouwen uit haar eigen upperclass wereld, een leven vol dienstmeisjes en avondjurken, maar haar werk is altijd satirisch. Ze bespot haar eigen kaste ook al kwam ze zelf nooit helemaal los van de taferelen die ze beschrijft. Een vrouw in die tijd en dat milieu had twee keuzes: een brave voltijd echtgenote zijn of iets artistieks doen als schrijven of acteren. Geen van deze opties leidde tot geluk, als we Parker mogen geloven.

Dat Dorothy Parker’s verhalen nog steeds leesbaar zijn en geprezen worden ligt grotendeels aan haar stilistische brille. Haar korte verhalen zijn ook echt compact. Ze schetst in een paar bladzijdes haarfijn een milieu, een situatie en een karakter. Ze is stijlvast, houdt consequent het perspectief van een personage aan en weet tegelijkertijd over te brengen hoe absurd die geprivilegieerde uitkijk is.

Haar typeringen zijn vaak origineel. Veel van haar gedichten (google eens op Résumé) zijn nog even scherp en fris als toen ze ze een eeuw geleden bedacht. Niet allemaal natuurlijk. Als je haar verzameld werk achter elkaar leest is het wat veel van hetzelfde maar haar vakvrouwschap blijft overeind.

In de boekrecensies die deze collectie afsluiten hoor je duidelijk haar eigen stem. Ze schrijft eerlijk en met humor over titels die soms de jaren glansrijk doorstaan hebben en soms in haar tijd al prutswerk bleken. Die laatste categorie is het leukst om over te lezen.

Parker noemt in haar toneelrecensies een paar keer de Spaanse griep (die haar er verder niet van weerhield om naar het theater te gaan). Ik zit nu binnen met een verkoudheid terwijl er elke week Corona maatregelen worden uitgevaardigd, grinnikend om Parker’s meningen van een eeuw geleden. Een boek dat een brug vormt tussen een lezer en een schrijver in een ander land of tijdperk, dat lijkt me niets minder dan de essentie van literatuur.

Suzanne Braun Levine en Mary Thom – Bella Abzug. How one tough broad from the Bronx fought Jim Crow and Joe McCarthy, pissed off Jimmy Carter, battled for the rights of women and workers, rallied against war and for the planet, and shook up politics along the way.

De titel dekt de lading. Dit is het verhaal van Bella Abzug (1920-1998), verteld door de vele mensen die haar kenden. Een mondelinge geschiedenis die in vogelvlucht door Abzug’s leven gaat en alle onderwerpen aanstipt waar ze zich mee bezig hield. Dat is dus een hele waslijst maar de vorm maakt het makkelijk verteerbaar.

Bella Abzug was betrokken bij elk heet hangijzer van haar tijd. Ze begon als advocaat, als een van de weinige vrouwen toen (in de jaren ’40 en ’50) die in haar eentje hele vakbonden vertegenwoordigde in de rechtszaal. Abzug dwong vanaf haar allereerste dag respect af. Ze pikte het niet om als minder behandeld te worden, ook niet als beginnend advocaat. De hoed die ze altijd op had en waarmee ze later een herkenbaar, zelfs iconisch figuur werd, deed ze op zodat mensen zodra ze ergens binnenkwam zagen dat zij de advocaat was en niet de secretaresse. Ze leerde ook nooit typen zodat ze niet als typemiep kon worden ingezet.

Abzug kwam altijd op voor de underdog en specialiseerde zich zo in burgerrechten en rechten van werknemers. Toen McCarthy’s heksenjacht losbarstte nam ze de verdediging op zich van acteurs die werden opgeroepen om communistische collega’s te verklikken. Weinig mensen waagde zich aan dat soort zaken en Abzug reisde ook nog in haar eentje (en zwanger) af naar het gesegregeerde Zuiden om onder doodsbedreigingen een zwarte man te verdedigen.

Ze ging de politiek in omdat ze zelf wetten wilde maken in plaats van mensen te verdedigen op grond van de wetten die er al lagen. Bella Abzug zat altijd in de voorhoede van politieke verandering. Ze voerde actie voor het beëindigen van de oorlog in Vietnam en tegen de atoombom, deed veel in de vrouwenbeweging en was de eerste die zich sterk maakte voor rechten voor homo’s. Ze was ook de eerste die om Nixon’s impeachment vroeg. Het is zowel inspirerend als intimiderend om te lezen. Ik kan verder niemand in de westerse politiek noemen die zo onafhankelijk en onverschrokken is als zij was.

Het boek is een opbeurende leeservaring. Abzug’s leven loopt parallel aan de rechtsconservatieve power grab beschreven in Jane Mayer’s Dark Money maar dit is de andere kant: de mensen die streden voor de rechten van de underdog en daar succesvol in waren, in plaats van bedrijven die hun zakken wilden vullen ten koste van hun werknemers.

Niemand heeft het nu nog over het smerige sexisme dat mensen als Abzug en Gloria Steinem ten deel viel en het is goed om even wakker te worden geschud door over die praktijken te lezen. De tijden zijn echt veranderd. Al is het nog lang niet genoeg, geen bank in de V.S. of Nederland zou nu bijvoorbeeld een vrouw een lening weigeren omdat ze gescheiden is.

Voordat ik dit boek las zweefde Bella Abzug ergens aan de periferie van mijn bewustzijn. Ze leefde nog toen ik geboren werd maar ik heb haar nooit actief meegemaakt. Ik ben blij dat dit boek heeft kunnen overbrengen wat een oerkracht Abzug in de politiek injecteerde en wat voor positieve veranderingen ze teweeg heeft gebracht.

Cari Beauchamp – Without lying down. Frances Marion and the Powerful Women of Early Hollywood.

Ik had nog nooit van Frances Marion gehoord voor ik aan dit boek begon. Nu weet ik dat ze decennia lang één van Hollywoods meest prominente scenarioschrijvers was. Ze was erbij vanaf het begin: ze maakte de overgang mee van zwijgende naar geluidsfilms en haar carrière overleefde dat (in tegenstelling tot de loopbaan van heel wat acteurs). Ze maakte de beurskrach van 1929 en de daaropvolgende Grote Depressie mee en toen twintig jaar later de communistenjacht uitbrak werkte ze nog steeds in Hollywood. Ze was erbij toen de Academy Awards voor het eerst werden gehouden, ondervond hoe de Hays Code leidde tot steeds verder gaande censuur in filmproducties en zag Hollywood van een rustig, klein stadje uitgroeien tot wat het nu is.

Dit is een boeiende, goed gedocumenteerde biografie. Je leert veel over de filmindustrie maar Marion’s leven had ook veel andere kanten. Frances Marion (geboren als Marion Benson Owens) was een harde werker, had veel talent en vaak geluk. Ze kwam uit een bevoorrecht milieu waarin ze een goede opleiding en connecties opdeed maar het was haar persoonlijkheid waarmee ze zich losmaakte van de rolpatronen van haar kring.

Marion groeide op in San Francisco. Nadat die stad in puin werd gelegd door de aardbeving en brand van 1906, was haar familie hun fortuin kwijt. Met haar tweede man vertrok Marion naar Los Angeles. In San Francisco was ze als tiener al begonnen als journaliste en in L.A. werd ze in eerste instantie reclametekenaar. Via via kwam Marion in de opkomende filmindustrie terecht en daar bleek ze goed op haar plaats. Ze werd in het diepe gegooid, kreeg alle aspecten van filmmaken onder de knie en maakte snel carrière. Ook raakte ze bevriend met Mary Pickford, de grootste filmster van die tijd. Ze werden een team.

Pickford en Marion waren allebei supergedisciplineerd maar Marion experimenteerde ook volop met haar scenario’s en regiewerk. Samen namen ze risico’s en dat leverde succes op. Na een paar jaar vertrok Marion in haar eentje naar New York en vol bravoure wist ze voor een enorm bedrag een contract te sluiten voor het ontwikkelen van scenario’s, onder meer voor Pickford.

Toen de Verenigde Staten bij de Eerste Wereldoorlog betrokken raakte gaf Marion haar hoge salaris op om als oorlogscorrespondente aan de slag te gaan. Ze werd de eerste journalist die vlak na het eind van de oorlog de Rijn overstak, naar wat een paar uur daarvoor nog vijandelijk gebied was. Marion was nog in Frankrijk toen wereldwijd een nieuw griepvirus om zich heen greep. Marion raakte ook ziek maar overleefde het, in tegenstelling tot een aantal vrienden en bekenden.

Naast Marion’s volle leven toont dit boek ook een ander tijdperk waarin bijvoorbeeld vrouwen voor het eerst stemrecht kregen. Marion’s persoonlijkheid kleurt de lens waardoor je als lezer meekijkt in haar leven. Waar iemand als Marilyn Monroe twee generaties later vaak werd uitgebuit in de filmwereld, was Marion veel weerbaarder en gaf ze (als ook Mary Pickford) mede vorm aan wat er mogelijk was voor vrouwen in dat milieu. Marion’s leven kende genoeg tegenslagen (zoals de zelfmoord van haar zus en de vroege dood van de liefde van haar leven) maar zeker de eerste helft van het boek leest toch als een triomf.

In 1920 gingen Marion en haar derde man Fred (die zelf beroemd zou worden als hoofdrolspeler in cowboyfilms voor hij in de bloei van zijn leven zou bezwijken aan tetanus) op huwelijksreis met Mary Pickford en Douglas Fairbanks. Massa’s fans van de wereldberoemde Pickford verstoorden hun plannen in Engeland dus weken ze uit naar Nederland. Dobberend op de Zuiderzee kwamen de grootste filmsterren van die tijd tot rust.

Marion kende iedereen en onderhield vele, vaak levenslange vriendschappen. Naast Pickford en Fairbanks en hun zakenpartner Charlie Chaplin kende ze Dorothy Parker en haar kring door haar verblijf in het Algonquin hotel. Ze bewerkte boeken van Fannie Hurst tot scenario’s en raakte bevriend. Anita Loos (Gentlemen Prefer Blondes) was een van de vele vrouwelijke collega’s met wie ze haar hele leven een band had.  Ze werkte voor W.R. Hearst en schreef films voor zijn maîtresse Marion Davies. Ze kende sterren van toen zoals Marie Dressler, Harold Lloyd, Lillian en Dorothy Gish, Gloria Swanson, Norma Shearer en vanaf hun prille begin Greta Garbo, Gary Cooper, Jean Harlow en Clark Gable. Ze kende regisseurs als John Ford, D.W. Griffith, Erich von Stroheim, King Vidor, George Cukor en Josef von Sternberg. Ze ontmoette romanciers die hun geluk in Hollywood beproefden als James Cain, H.G. Wells en F. Scott Fitzgerald. Ze ontmoette Walt Disney, George Gershwin en Sergei Rachmaninoff. Ze was de BFF van Hedda Hopper, de latere roddelkoningin en haar man Fred (en met hem vele anderen) werd bedonderd door Joseph Kennedy, vader van de toekomstige president.

Ik leefde mee met alle ups en downs van Frances Marion en dat waren er nogal wat. Without Lying Down geeft een fascinerend kijkje achter de schermen van de filmindustrie door de jaren heen. Het laat zien hoeveel diplomatie het toen en waarschijnlijk nog steeds vergde om overeind te blijven binnen een filmstudio. Dit is een goed boek en een passend monument voor een interessante vrouw.

Adam Nicolson – The Seabird’s Cry. The Lives and Loves of Puffins, Gannets and Other Ocean Voyagers.

The Seabird’s Cry is geschreven in een genre waar Britten heel goed in zijn maar waar ik geen Nederlandse naam voor ken. In Britse kranten vallen de recensies ervan onder “wetenschap en natuur” maar het is een categorie boek dat meer beslaat dan dat: een mengeling van natuurbeschrijving en persoonlijke ervaringen, wetenschap gemixt met cultuurgeschiedenis. Bovenal geeft het een fascinerend beeld van diverse Europese zeevogels en hun mondiale avonturen.

Elk hoofdstuk behandelt een andere vogelsoort, wat het geheel overzichtelijk houdt en ervoor zorgt dat de enorme hoeveelheid informatie beklijft. Nicolson vertelt niet alleen over één specifieke groep vogels maar ook over hun plaats in een wereldwijd ecosysteem. Hij beschrijft de invloed van miljoenen jaren aan verandering in geografie en klimaat op de ontwikkeling van zeevogels en dus ook het effect van de huidige opwarming op de voedselketen. Hij brengt de effecten van klimaatverandering een stuk dichterbij door aan te stippen wat voor veranderingen er nu al in gang zijn gezet.

Dat grotere verhaal is boeiend maar het specifieke verhaal is ook een eyeopener. De noordse stormvogel (fulmar) vliegt letterlijk de halve wereld rond op zoek naar eten en komt dan weer terug naar het nest om de partner af te wisselen bij het broeden. Voor de bewoners van Saint Kilda (een afgelegen Schots eiland) was deze vogel eeuwenlang zo ongeveer hun enige bestaansmiddel. Ze vingen duizenden kuikens als ze op hun vetst waren en maakten schoenen van hun huid, vulden kussens en dekbedden met hun veren, hun lampen brandden op fulmarolie (waar die kuikens zo vet door waren) en ze aten de fulmars en hun eieren. Rond 1880 beschreef een reiziger hoe alle straten, huizen en bewoners bedekt waren met veren en vogelolie tijdens het jachtseizoen.

Ook de Beothuk, de oorspronkelijke bewoners van Newfoundland, overleefden dankzij zeevogels als voedselbron. Ze stierven uit in 1829, nadat Europeanen hen landinwaarts hadden gedreven. De Beothuk zagen de hemel als een zeevogeleiland.

De papegaaiduiker is met 100 miljoen jaar de oudste soort zeevogel. “The average longevity of a mammalian species is no more than half a million years.” (p. 57) Iets om in gedachten te houden de volgende keer dat de mens wordt aangehaald als superieure soort.

Toen Marie Antoinette struisvogelveren in haar pruiken verwerkte, gaf ze het startschot voor een modetrend die meer dan een eeuw zou duren. Veren en hele vogels als decoratie voor kleren, pruiken, hoeden en huizen kostte miljoenen vogels het leven gedurende de 19e eeuw. Alleen al tussen 1870 en 1920 werd er 20.000 ton aan (tropische) veren geïmporteerd in het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast werden Britse zeevogels al in de jaren 1790 belaagd door massa’s amateurjagers. De eerste pogingen tot wettelijk geregelde zeevogelbescherming waren het gevolg maar veel hielp het niet.

Nicolson haalt allerlei (wrede) experimenten aan die door de jaren heen op zeevogels zijn losgelaten. Hieruit bleek onder andere dat alle vogels behalve degenen die ’s nachts actief zijn, zonlicht kunnen zien met hun hersens. Ze hebben hun ogen er niet voor nodig.

Uit onderzoek blijkt ook dat drieteenmeeuwen (kittiwakes) vele weloverwogen, strategische beslissingen nemen, van hoeveel eieren ze leggen tot waar en hoe laat ze op jacht gaan. Dat alles in dienst van het overleven. Er moet een balans zijn tussen hoeveel energie ze stoppen in het opvoeden van een jong of eten zoeken en hoeveel dat kost. Overbelasting is dodelijk.

Als je een GPS-tracker aan zo’n slimme vogel opdringt heb je kans dat de kittiwake gewoon de veren waar het apparaat op is gelijmd eruit trekt. Hopsakee. Het voortschrijden der techniek levert wel een hoop nieuwe info op –cruelty free– over wat al die vogels nou uitvoeren op zee. Dit boek combineert de overgeleverde kennis over zeevogels vanaf de Oude Grieken met die nieuwe inzichten. Nicolson heeft duidelijk een heleboel vakbladen doorgespit maar weet al die gegevens tot een leesbaar verhaal te kneden. De lyrische schrijfstijl wende snel en het respect dat de auteur heeft voor zijn onderwerp helpt ook bij de leesbaarheid.

Al die beschrijvingen van vogelgedrag geven ook een andere invalshoek op de sociale perikelen van mensen. Ik heb figuren op feestjes als een kolonie papegaaiduikers zien doen, signalen afgevend die tegelijkertijd “ik ben geen bedreiging” en “ik ben sterk en succesvol dus kijk maar uit” zeggen. Een hoog stressniveau geeft drieteenmeeuwen een signaal dat het geen zin meer heeft om nog te investeren in hun jong als er te weinig vis is. Net zoals een burn-out in mensen een duidelijk teken is om te stoppen met het overschrijden van de eigen grenzen. Het is hetzelfde principe: de investering van energie gaat dan tegen het eigenbelang in en het lichaam geeft dat aan.

Sommige nestplekken van de giervalk op Groenland zijn meer dan 2000 jaar oud. Wetenschappers kwamen daar achter door koolstofdatering van de lagen poep. De jongste nestlocatie is sinds 1350 in gebruik. Snow petrels op Antarctica bouwen hun nesten al 34.000 jaar op dezelfde plek.

The Seabird’s Cry is vaak ronduit spannend om te lezen omdat je samen met de door Nicolson beschreven wetenschappers nieuwe ontdekkingen doet. Gabrielle Nevitt kwam erachter dat zeevogels van de Procellarioformes-familie, die allemaal een sterk ontwikkelde neus hebben, bij hun wereldwijde reizen de geur van plankton als leidraad gebruiken. In wat voor mensen één massa water is, kunnen zij plekken onderscheiden en een mentale plattegrond maken door de geur op te pikken van het gas dat plankton produceert.

Dit boek staat boordevol dingen die ik nog niet wist. Het gaat over zeevogels maar ook over hoe mensen zich tot hen verhouden. Dat heeft lelijke kanten maar kan ook uitmonden in een symbiotische relatie. In China worden bijvoorbeeld al sinds de 7e eeuw tamme aalscholvers gebruikt in de visserij. De vogels zelf zijn ook geen Disney-creaties. De natuur is hard. Bepaalde meeuwen (bijna allemaal mannetjes) bedreigen het bestaan van hun eigen koloniedoor massaal de jongen van de buren op te eten. Zeekoeten leven dan weer in een matriarchaat. Die variatie is fascinerend en Nicolson schrijft het mooi op. Een geweldig boek.