Chimamanda Ngozi Adichie – Americanah

Met ingehouden adem begon ik aan Americanah. Het eerste werk van Chimamanda Ngozi Adichie dat ik ooit las was de verhalenbundel The thing around your neck en die was subliem. Met hooggespannen verwachtingen begon ik daarna aan Half of a yellow sun, haar bekendste werk. Wat een afknapper. Na een Ngozi Adichie-vrije periode ben ik toch Americanah gaan lezen en ik werd niet teleurgesteld.

Chronologisch gezien (als in: de volgorde waarin ze de boeken schreef) komt Half of a yellow sun vóór de andere twee en ik durf te stellen dat CNA in de tussentijd gegroeid is als schrijver. De variatie aan vorm, perspectief en locatie die me een geweldige leeservaring gaven in The thing around your neck ontbrak in Half of a yellow sun. De experimenteerdrift leek weg en het boek doet rigide aan. Er zijn wel verschillende perspectieven maar die vertelstructuur wordt zo strict doorgevoerd dat het niets toevoegt behalve volgeschreven bladzijdes. Sterker nog, één van de vertellers had wat mij betreft geschrapt mogen worden wegens dodelijke saaiheid.

In Half of a yellow sun ontbreekt het de personages aan een doel. Uit een interview met de auteur weet ik dat het haar opzet was mensenlevens zo realistisch mogelijk te beschrijven en om haar personages hun lot te laten ondergaan zoals echte mensen dat ook vaak doen. Wat ergens ook wel weer een opmerkelijk literair experiment is maar honderden pagina’s over passieve mensen in oorlogstijd is de moeite van het lezen niet waard. Toch blijft Half of a yellow sun prijzen winnen. Dat zal te maken hebben met het thema van liefde-in-tijden-van-oorlog en de onbekendheid in deze regionen van de oorlog in kwestie: die rond het uitroepen van de republiek Biafra in Nigeria. Maar een belangrijke geschiedenisles maakt nog geen goed boek.

Waar Half of a yellow sun inzoomt op de economische en culturele verschillen van Nigerianen onderling, concentreert het verhaal in Americanah zich vooral op Afrikaans versus Amerikaans. Hoofdpersonen zijn Ifemelu en haar vriendje Obinze. We volgen hen vanaf hun eerste ontmoeting als tieners in Lagos tot hun reünie jaren later, als ze na omzwervingen in het buitenland allebei ouder en wijzer weer terug zijn gekeerd naar de grootste stad van Nigeria.

De roman is breed opgezet en er is niet zozeer een plot als wel een opeenvolging van ontmoetingen en relaties. Ifemelu krijgt door haar relatie met Obinze en een goed contact met zijn hartelijke en hoogopgeleide moeder een gevarieerder wereldbeeld mee dan dat ze thuis ontvangt van haar eigen, fanatiek religieuze moeder en snobistische vader. Haar tante Uju legt het ondertussen aan met een generaal en krijgt uiteindelijk een kind van die man. Wanneer de generaal uit de weg wordt geruimd door een andere speler binnen het regime, staan de familieleden van de wettige echtgenote meteen op de stoep om haar luxe appartement op te eisen. Uju, die opgeleid is als arts maar alleen dankzij haar connectie met de militair een baan had kunnen bemachtigen, vlucht met haar jonge zoontje naar de Verenigde Staten om daar verder te studeren. Als Ifemelu een visum weet te bemachtigen gaat ook zij een opleiding volgen in Amerika, waar studies niet jaren stil liggen omdat de docenten staken.

Ondanks dat haar tante Uju en neefje Dike al ter plekke zijn en een andere, eerder verhuisde schoolvriendin haar wegwijs maakt, voelt Ifemelu zich verloren. Depressie bestaat niet in Nigeria maar het is toch echt wat er met Ifemelu aan de hand is. Ze verbreekt het contact met Obinze. De jaren eerder gearriveerde vriendin, Ginika, is degene die Ifemelu uit het dal trekt door haar aan een baan als oppas te helpen bij een blank gezin. Dat brengt in één klap financiële zekerheid en stabiliteit en later een vaste relatie met de rijke neef van de moeder des huizes.

Met de jaren gaat het steeds beter en uiteindelijk kan Ifemelu haar baan opzeggen om zich voltijd te wijden aan haar inmiddels winstgevende blog. Dat blog gaat over alle subtiele en minder subtiele verschillen die huidskleur en “ras” met zich meebrengen in de V.S. Iedereen die Ifemelu ontmoet wordt beschreven in die digitale columns en elke interactie en alle sociale codes die toch al werden ontleed door de auteur, worden nu opgehangen aan de kapstok van het blog. En misschien klinkt het niet zo maar dat is fascinerend en een plezier om te lezen.

Dit is geen moraliserend boek, het geeft niet per se antwoord op vragen maar het beschrijft de duizenden nuances in de omgang tussen mensen en de enorme variatie aan verschillen in perspectief, cultuur, noem het maar op. Bovendien zijn de hoofdpersonen geen helden die overal bovenstaan maar mensen die zich middenin deze zee aan potentiële misverstanden bewegen en proberen niet te verzuipen. De roman toont politiek en historisch bewustzijn, staat vol actuele kwesties (het werd gepubliceerd in 2013) en houdt daarmee de lezer ook een spiegel voor zoals literatuur geacht wordt dat te doen. Maar dan op een manier waar Zia Haider Rahman een puntje aan kan zuigen.

De auteur trekt vele registers open. Het is zowel dramatisch als grappig, op een intelligente manier. De dialogen zijn levendig en levensecht. Dit had een droog antropologisch traktaat kunnen zijn maar het leest als een trein. Het is ook een liefdesverhaal maar als ik er een etiket op zou moeten plakken lijkt “sociale satire” het toepasselijkst.

Ondanks Ifemelu’s vele contacten en ervaringen in de V.S. blijft ze daar een buitenstaander. Dat wordt pijnlijk duidelijk in haar relatie met African-American Blaine. Hij neemt het haar kwalijk dat ze niet op precies dezelfde manier als hij betrokken is bij de “zwarte zaak”. Voor Ifemelu zijn principes abstract en hebben ze niet zoveel te maken met de realiteit. Wie weet immers wat je zal moeten doen om te overleven na de volgende coup. Blaine kent die Nigeriaanse werkelijkheid niet en hoewel hij zich ontzettend inzet om een rechtvaardiger maatschappij te creëren waarin bijvoorbeeld zwarte mannen die een pakketje uitwisselen niet meteen worden gearresteerd op verdenking van drugshandel, heeft hij door zijn focus op onrecht geen oog voor de bevoorrechte positie die hij op andere manieren heeft. Hij is een Ivy League academicus en al zijn vrienden zijn intellectueel en hip. Maar ze zijn zo druk bezig met het tonen van hun intellect en hipheid dat ook zij tunnelvisie hebben. Ifemelu voelt zich nooit op haar gemak bij Blaine’s vrienden en uiteindelijk ook niet meer bij Blaine zelf. Ze besluit terug te keren naar Nigeria en, al wil ze dat niet aan zichzelf toegeven, ze wil Obinze weer in haar leven. Obinze is haar ook nooit vergeten maar hij is inmiddels getrouwd met een ander.

Americanah is altijd onderhoudend maar ik vraag me af hoe het boek eruit had gezien als het de helft van het aantal pagina’s had gehad. Het is een kwestie van smaak maar eigenlijk vind ik de liefde van Ifemelu en Obinze -toch de stuwende kracht achter het verhaal- het minst boeiend. Zo’n ambitieus opgezette roman ophangen aan zo’n traditioneel gegeven als de romantische liefde maakt een verder scherp boek weer een beetje tam.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s