Sue Monk Kidd – The invention of wings

Sarah en Angelina Grimké, dochters van een hooggeplaatste rechter in het Zuiden van de Verenigde Staten, waren de eerste vrouwen in 19e eeuws Amerika die publiekelijk streden voor de afschaffing van de slavernij en gelijke rechten voor vrouwen. In haar boek The invention of wings geeft auteur Sue Monk Kidd zowel deze twee vrouwen als de slaven in hun ouderlijk huis een stem. De impact en reputatie van deze vrouwen is goeddeels weggemoffeld in geschiedeniswerken en het belang van deze roman staat wat mij betreft buiten kijf.

De eerste stem die de lezer hoort is die van Hetty, de persoonlijke slavin van Sarah Grimké. Hetty is haar slavennaam, Handful is de naam die ze van haar moeder kreeg. In korte hoofdstukken zien we de wereld afwisselend vanuit het oogpunt van Handful en Sarah Grimké. Ze zitten allebei vast in de conventies van hun tijd, al kan Sarah zich meer rebellie veroorloven. Als ze door haar ouders gedwongen wordt als kind Handful als verjaardagskado te accepteren, is het eerste wat ze doet een officieel vrijlatingsdocument opstellen.

Sarah is een intelligent meisje met een zucht naar kennis en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ze groeit op in luxe maar haar enige toekomstperspectief is trouwen en kinderen baren. Zoals ze later zelf constateert: “My aspiration to become a jurist had been laid to rest in the Graveyard of Failed Hopes, an all-female establishment” (p.88).  Sarah voelt net als Handful een acuut gebrek aan vrijheid en mogelijkheden, alleen loopt Sarah niet de kans om gemarteld of verkocht te worden.

Bij het mengen van historische feiten met fictie is er een verhoogde kans op romantisering maar over het algemeen houdt deze roman de balans in de gaten. Alle personages zijn driedimensionale mensen, niemand is 100% goed of slecht. Maar kan je er als slaaf ooit aan wennen om op de vloer voor de deur van de meester te moeten slapen? De slaven moeten permanent uitgeput zijn geweest en de schoonheid van Monk Kidd’s proza verbloemt soms de harde realiteit.

Nu IS en Boko Haram met de Koran in de hand slavernij bestaansrecht proberen te geven is deze roman plots ook heel actueel. De slaveneigenaren in het Zuiden van de V.S. gebruikten de Bijbel op precies dezelfde manier, inclusief geestelijken die wekelijks de slaven aan hun gehoorzaamheidsplicht herinnerden met Bijbelcitaten. Het dagelijks leven in Charleston zat vol voorbeelden van dit soort stuitende hypocrisie en logischerwijs is dit dan ook geen vrolijk boek.

Het melodrama rond Sarah’s liefdesperikelen had wat mij betreft wat minder gemogen. Ik snap dat het als modern denkende vrouw moeilijk is om een geschikte man te vinden (op dat front zijn de tijden nauwelijks veranderd) maar die boodschap komt ook over zonder zoveel pagina’s aan Sarah’s passieve gesmacht te wijden. Als er eindelijk mannelijke interesse wordt getoond, hoort Sarah haar ouders de heer in kwestie bespreken: haar vader vindt hem van te lage komaf, haar moeder denkt dat het Sarah’s enige kans op de huwelijksmarkt is. En dat wil wat zeggen, als het enige toegestane doel in je leven het scoren van een echtgenoot is. Zonder man heb je als vrouw in die tijd geen nut en geen waarde. Alsof je een koe bent die verkocht moet worden.

Handful’s moeder Charlotte schraapt met werk buiten de deur geld bijelkaar. Haar doel is zichzelf en haar dochter ooit vrij te kunnen kopen. Als Handful erachter komt hoeveel zij en haar moeder kosten, beseft ze dat ze nooit genoeg geld zullen hebben voor hun vrijheid. Als naaisters zijn zij de twee kostbaarste slavinnen van de Grimké’s. De scène waarin Handful in het kasboek van haar “eigenaar” haar prijs opzoekt is vergezocht maar drukt de lezer (alweer) met de neus op de schrijnende onmacht die Handful dagelijks voelt. Het is hartverscheurend om te lezen wat mensen werd aangedaan vanwege het zotte idee dat een mens iemands eigendom kan zijn. Het goede van deze roman is dat het de situatie van degenen die als slaaf werden gehouden invoelbaar maakt. Het verwoordt al die emoties die ze niet konden tonen. Handul observeert: “Mauma didn’t want that cloth, she just wanted to make some trouble. She couldn’t get free and she couldn’t pop missus on the back of her head with a cane, but she could take her silk. You do your rebellions any way you can” (p.37).

Met de jaren wordt Sarah’s blikveld breder. Als ze bij toeval in gesprek raakt met een Quaker komt ze erachter dat -zelfs in die tijd- niet iedereen leeft volgens een doctrine van ongelijkheid onder God. De Quakers verafschuwen slavernij en hebben zowaar vrouwelijke predikanten. Je gelooft in gelijkheid of niet. Sarah had haar familie’s kerk al ingeruild voor een soberdere variant maar de Quakers zetten haar aan het denken. Nadat haar vader is overleden wordt de situatie in haar ouderlijk huis onhoudbaar. Om te voorkomen dat ze als ongehuwde dochter de rest van haar leven gevangen zit in de klauwen van haar moeder vertrekt Sarah naar het Noorden.

Als Sarah op bezoek is bij het Quakergezin dat eerder een vlammetje in haar ontstoken had, blijkt de moeder des huizes ondertussen overleden. Laat Sarah nou net een oogje hebben op de vader. Na jarenlang gewik en geweeg bekeert Sarah zich tot het Quakerdom en vestigt zich voorgoed in het Noorden omdat ze weet dat ze nooit meer zal kunnen aarden in haar geboortestreek. Na nog meer afwachten en twijfelen besluit ze dat ze predikant wil worden. Als ze na 5 jaar dan toch nog ten huwelijk wordt gevraagd door de Quakerweduwnaar waar ze al die tijd gevoelens voor had, moet ze hem nee verkopen. Want hij wil een moeder voor zijn kinderen en geen predikant als echtgenote. Same old shit dus. Ook de Quakers blijken niet zo verlicht als Sarah had gedacht en gehoopt maar zijzelf lijkt eindelijk haar stem gevonden te hebben. Ze roert zich.

Samen met Lucretia Mott (ook een historisch figuur) ageert ze voor actie tegen de slavernij. Hier wordt de roman wat het Sarah-personage betreft interessanter. Eindelijk actie! Eindelijk iemand die durft te zeggen waar het op staat, het onrecht aankaart dat elk mens met ogen en oren allang zelf had kunnen constateren. Het lijkt mij realistisch beschreven (en in deze tijd bedienen Amerikaanse politici zich nog steeds van dezelfde retoriek) maar het oeverloze gezwam over religie, al die mensen die hun mond vol hebben van principes die ze duidelijk aan hun laars lappen, ugh. Het is niet per se een prettig leeservaring om dat gevoel van walging bij jezelf op te voelen komen maar het doet de materie wel recht en het pleit voor de kunde van de schrijfster.

Als Sarah’s jongere zus Angelina -die altijd al haar ideeën deelde- wordt geëxcommuniceerd in Charleston, voegt ze zich bij Sarah in Philadelphia en wordt ze ook Quaker. Nina twijfelt een stuk minder dan Sarah. Al snel worden ze allebei uit de Quakergemeenschap gezet voor hun anti-slavernij en anti-discriminatie acties. Ook in het Noorden blijkt gelijkheid een illusie en zijn abolitionisten het doelwit van geweld. De Grimké zussen en de Amerikaanse abolitionistenbeweging vinden elkaar en zo worden ze uiteindelijk beroemd en berucht als sprekers. Totdat de beweging ze vraagt een stap terug te doen. Hun doel is immers het afschaffen van de slavernij, niet het aan de kaak stellen van de positie van vrouwen en bovendien wordt het onzedelijk geacht dat twee ongehuwde zussen een publiek van honderden mannen toespreken. Here we go again.

De verhaallijn rond Handful was al die tijd al een stuk dynamischer. Ze raakt betrokken bij een slavenopstand die voorbereid wordt door de vrije zwarte man Denmark Vesey (ook al een historisch figuur). Haar moeder Charlotte was zwanger van deze man toen ze spoorloos verdween. De geplande opstand komt nooit van de grond en loopt slecht af voor Vesey maar Handful krijgt op persoonlijk gebied in ieder geval een beetje troost. Het boek eindigt met Handful die een onstnappingspoging waagt. “We leaving or die trying.” Dat doet in de verte denken aan het credo van menig gangsterrapper: “Get rich or die trying“. Stel je de wereld eens voor met media die overlopen van existentialistische hartenkreten in plaats van materialistisch gesnuif.

Misschien draaf ik door (misschien ook niet) maar je zou willen dat iedereen van IS tot de top van de kapitalistische voedselketen zich in deze materie zou verdiepen en eens goed in de spiegel zou kijken. Slavernij is het resultaat van een systeem dat alles en iedereen reduceert tot handelswaar en de waarde van een mens terugbrengt tot productiecapaciteit. In zo’n wereld wil je toch niet leven?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s