Sy Montgomery – The soul of an octopus

Non-fictie deze keer. Laat ik beginnen met dit citaat, om alvast in de stemming te komen voor Valentijnsdag: “One large female Octopus cyanea in French Polynesia mated with a particular male twelve times–but after an unlucky thirteenth bout, she suffocated her lover and spent the next two days eating his corpse in her den.” (p.195/196)

Octopussen (octopi?) staan ver af van onze belevingswereld. Ze zijn zo radicaal anders dan mensen dat het de vraag is of we ooit hun denkprocessen zullen doorgronden. Tel daarbij op dat het tot voor kort onder wetenschappers niet acceptabel werd geacht om dieren te zien als meer dan zielloze, biologische machines en het wekt geen verbazing dat de octopus redelijk onbekend en onbemind is. In The soul of an octopus laat Sy Montgomery de lezer via haar eigen ervaringen kennismaken met diverse octopussen in gevangenschap en in het wild, in koude en tropische wateren. Zo toont ze hun verschillende persoonlijkheden en levensloop, kortom: hun ziel.

Een octopus heeft 3 harten, 8 armen en horizontale pupillen. Hersens, of in ieder geval de neuronen die wij ook hebben maar dan alleen in ons hoofd, zitten bij octopussen in elke arm. Hun armen kunnen voor zichzelf denken en onafhankelijk handelen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat elke arm een eigen persoonlijkheid heeft: de één schuchter en de ander stoerder aangelegd. Behalve enorme hefkracht huist in de zuignappen op de armen ook de smaakzin. Een octopus proeft met zijn armen en kan bij mensen medicijn- of sigarettengebruik waarnemen. Afgebeten armen groeien weer aan, zij het wat minder goed functionerend.

Octopussen kunnen inkt sproeien maar ook water. Inkt als verdediging (er zitten verlammende stofjes in), water om zichzelf voort te stuwen en zich snel uit de voeten te maken. Of om bijvoorbeeld een menselijke verzorger uit te dagen. Hun waterspuit is een precisie-instrument. Octopussen kunnen van kleur veranderen en zich camoufleren met patronen waarmee ze op een wolk of water lijken, om vissen op het verkeerde spoor te zetten. Ze jagen op krabben en haring maar zijn zelf ook prooi. Ze worden met zijn 10.000en tegelijk geboren en drijven mee met de plankton in de bovenlaag van de zee totdat ze groot genoeg zijn om zich op de bodem te vestigen. Net als puppies groeien ze zienderogen maar als ze eenmaal sexueel volwassen zijn en voor nageslacht hebben gezorgd gaan ze snel dood.

The soul of an octopus laat overtuigend zien dat er in ieder geval communicatie en affectie mogelijk is tussen twee zo verschillende diersoorten. Maar één conclusie die ik trek na lezing van dit boek is dat een octopus niet in een aquarium thuishoort. Ze leven misschien iets langer in gevangenschap omdat niemand ze daar probeert op te eten maar dat weegt niet op tegen alle ervaringen in het wild die ze daardoor missen. Octopussen zijn intelligent en avontuurlijk en met die eigenschappen kan je weinig als je vastzit in een glazen tank. De onmogelijkheid van een verblijf octopusproof maken spreekt voor zich: de dieren willen weg.

Stilistisch gezien is het boek niet altijd even geslaagd (elke dialoog is een uitwisseling van uitroeptekens) en het standpunt van de auteur kon ik ook niet altijd onderschrijven maar als geheel is dit een boeiende eerste kennismaking met een fascinerend schepsel. Na afloop droom je van scubaduiken met wilde octopussen. Op een respectvol afstandje want je wil zo’n beest ook weer niet te dichtbij hebben als het een slecht humeur heeft. Respect voor een bijna buitenaards wezen is wat je aan dit boek overhoudt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s