Julie Phillips – James Tiptree, jr. The double life of Alice B. Sheldon

James Tiptree, jr. verwierf in de jaren ’60 van de vorige eeuw bekendheid in science-fiction kringen. De originaliteit, vaart en toon van zijn verhalen sprongen in het oog. Tiptree begon prijzen te winnen maar nam ze nooit zelf in ontvangst. Jarenlang wist de auteur zijn identiteit te beschermen door alleen per brief te communiceren. Totdat in de jaren ’70 speurwerk van enkele van zijn penvrienden tot de conclusie leidde dat James Tiptree, jr. een vrouw was. Alice Sheldon/James Tiptree bleef nog jaren onder haar pseudonym publiceren maar zat in een diepe depressie en schoot zichzelf en haar echtgenoot in 1987 dood.

Alice Bradley ging als zesjarige met haar ouders mee op expeditie naar wat toen Belgisch Congo heette. Vader Herbert Bradley was een zakelijk type, moeder Mary Hastings Bradley was schrijfster. Een vrouw met een carrière was uitzonderlijk in die tijd en een moeder die haar dochter meenam naar Afrika was al helemaal zonder precedent. De ouders van Alice voedden hun enige kind op met strikte Victoriaanse waarden en de onmogelijkheid om woede of andere “negatieve” emoties te uiten. Alice kreeg van jongs af aan een sloot verantwoordelijkheden ingeprint. Moeder Mary kon alleen de hort op als schrijfster als het goed ging met Alice (anders zou er schande over haar gesproken worden als ontaarde moeder). Daarbij was dochterlief inspiratie voor Mary’s boeken en als enige overlevende nakomeling werd ze -buiten de jungle- heel beschermd opgevoed. Goede bedoelingen en materiële welvaart ten spijt, was dit geen omgeving waarin een kind op een gezonde manier haar eigen identiteit kon vormgeven.

Als 19-jarige stortte Alice zich in een huwelijk met Bill Davey, een 3 jaar oudere dichter. Bill was alcoholist en het huwelijk was explosief. Van hoge komaf, was Alice gewend aan hulp in de huishouding. Het kwam waarschijnlijk niet eens bij haar op dat haar hubby verwachtte dat ze zou koken, schoonmaken, zijn notities uittypen en dat soort onzin. Bill ging uiteindelijk zelf maar koken. Alice’s verwendheid had in deze periode zowaar een emancipatoire werking maar tussen de Daveys kwam het nooit goed. Op allerlei fronten was het huwelijk een ramp, ook sexueel gezien. Alice kon pas op hoge leeftijd tegenover zichzelf erkennen dat ze waarschijnlijk lesbisch was. “It was hard for Alice to see her own truth, let alone express it. She had never encountered a language for her sexuality. No one talked about girls’ frustrated ambitions and second-class status – except to claim that they would become better ‘adjusted’ when they married and had children. All the painters girls studied at school, all the writers they read, all the intellectual heroes were men.” (p.65)

Alice Davey probeerde jarenlang een briljant schilder te worden, schreef ondertussen verhalen en sloot zich na haar scheiding bij het leger aan. De V.S. waren betrokken geraakt bij de Tweede Wereldoorlog en bij de net opgerichte vrouwelijke divisie van het Amerikaanse leger hoopte Alice een ander soort vrouw tegen te komen dan de hersendode huisvrouwtypes die algemeen werden gepresenteerd als het vrouwelijk ideaal. Captain Davey specialiseerde zich uiteindelijk in photointelligence en kwam terecht bij de voorloper van de CIA. Haar leidinggevende daar, Huntington “Ting” Sheldon, was haar gelijke qua complex karakter en hoge afkomst. Hij werd haar tweede echtgenoot.

Alice B. Sheldon kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog in een kapotgeschoten Duitsland tegenover haar Nazi-evenknie te zitten. In plaats van de duivel die ze verwachtte, zat daar een intelligente man met blauwe ogen die haar aan haar vader deed denken. De duivel bleek een mens en de doelwitten die zij op basis van fotografisch materiaal aanbeviel voor bombardementen bleken ook niet alleen stipjes op een vel papier. De verwoesting die Alice zag in het naoorlogse Duitsland bleef haar de rest van haar leven bij.

Na 1945 woedde in de V.S. een ware propaganda-oorlog om vrouwen weer in hun “natuurlijke” rol te dwingen. Media stonden bol van nieuws over “neurotische” werkende vrouwen, hoe schadelijk “vermannelijkte” vrouwen waren voor het gezin en de maatschappij. Maar door de levenservaring die ze had opgedaan (op haar 30e had ze de hele wereld afgereisd, al verschillende beroepen gehad en was ze voor de tweede keer getrouwd) zag Alice voor het eerst door alle propaganda heen.

Op zoek naar rust woonden de Sheldons een paar jaar op het platteland maar hun boerenbedrijf bracht niet de beloofde sereniteit. Ting ging weer aan de slag voor de CIA en Alice begon een studie psychologie. In 1959 -ze was 43- studeerde Alice summa cum laude af. Ze werd onderzoeker en kreeg een beurs om onderzoek te doen voor een project over visie waar ze al jaren mee bezig was. En toen ging haar vader dood. “If writing about vision was a way of defending her own perceptions against her parents’, Herbert’s death may have freed her from it at last.” (p.202)

In 1967 promoveerde Dr. Alice B. Sheldon en het jaar daarop begon ze science-fiction te schrijven als James Tiptree, jr. Het duurde niet lang voor haar verhalen gepubliceerd werden. Al waren haar plots in het begin nog vrij conventioneel, ze had originele ideeën. Tiptree viel op en een mannelijk pseudonym had zo zijn voordelen. “His male name and manly voice made Alli’s ideas seem a bit less subversive – maybe even to Alli herself.” (p.219) Tiptree hoefde ook niet de rol van ideale dochter te vervullen (hij kon in een brief “motherfucker” zetten terwijl Alice dat woord nooit hardop in gezelschap zou zeggen) en Alice’s werk werd nu eindelijk, zonder mogelijke twijfel, erkend op zijn eigen merites. De erkenning viel haar niet vanwege haar familie of uiterlijk ten deel maar voor het werk alleen. Bovendien bevrijdde het pseudonym en het niet hoog aangeschreven science-fiction genre Alice van haar drang om een genie te zijn.

Tiptree onderhield vele correspondenties met auteurs als Ursula Le Guin, Philip K. Dick en Joanna Russ. Maar zelfs zijn redacteur en agent kregen hem nooit in levende lijve te zien. Er werd heel wat afgespeculeerd over wie James Tiptree, jr. was en waarom hij nooit in het openbaar verscheen: werkte hij voor de CIA? Was hij een vrouw? Was hij homosexueel?

Als lezer krijg je het idee dat je Alice echt doorgrondt, haar in allerlei opzichten beter kent dan de mensen in haar omgeving. Julie Phillips loodst je op elegante wijze door Alice’s leven en je bent getuige van haar emotionele en intellectuele ontwikkeling. Het greep me af en toe naar de keel hoezeer ik me kon identificeren met de worstelingen van deze vrouw. Daarnaast leest het boek als een geschiedenisles: Alice zag de wereld veranderen. Ze maakte bijvoorbeeld van dichtbij mee hoe de CIA veranderde van een club oorlogsveteranen die er voor wilden zorgen dat de horror van de Tweede Wereldoorlog zich nooit meer zou herhalen, in een gezelschap dat clandestien een coup organiseerde enkel om Amerikaanse oliebelangen veilig te stellen.

Na een paar jaar als Tiptree ging de glans eraf voor Alice en lanceerde ze een nieuw, vrouwelijk pseudonym om te uiten wat ze via Tiptree niet kwijt kon. Toen Raccoona Sheldon’s verhalen ook gepubliceerd werden, begon Alice onder deze twee verschillende pseudonymen met dezelfde mensen in haar literaire kring te corresponderen.

Tiptree won een prijs maar wilde dat niet. Ursula Le Guin: “This was just too improbable, a man who didn’t think he deserved a prize.” (p.320) Alice bevond zich ondertussen in een zware depressie. Zo zwaar dat ze er voor de eerste keer in haar leven niet meer uitkwam. Haar moeder was stervende, zijzelf en Ting in slechte gezondheid.

Toen Mary in 1976 dood ging, kwamen een paar mensen er via het overlijdensbericht achter dat Tiptree in werkelijkheid Alice Sheldon was. Tiptree had het in zijn brieven vaak over zijn moeder en zoveel net overleden vrouwelijke ontdekkingsreizigers waren er niet in Chicago. Alice begon “coming out” brieven te schrijven aan haar penvrienden zodat ze het niet van een ander hoorden. Uiteindelijk waren het die brieven die haar geheim deden uitlekken. Terwijl ze haar redacteur nog als man schreef, wisten andere mensen in hetzelfde kringetje nu dat ze een vrouw was.

Het is fascinerend maar ook treurig om te lezen hoe Alice tot het einde toe worstelde met haar leven en identiteit. Ze heeft delen van zichzelf altijd verborgen of beschermd, waardoor ze in al haar verschillende uitingsvormen toch nooit helemaal zichzelf was. Schrijven als Tiptree lijkt een van de weinige manieren waarop ze zich -tijdelijk- wel bloot kon geven. Dit boek is een waardig monument voor deze complexe auteur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s