Tim Weiner – Enemies: A history of the FBI.

J. Edgar Hoover ging als twintiger voor de net opgerichte FBI werken. Hij werd er voor zijn dertigste directeur en bleef dat de rest van zijn leven. Clandestien in het leven geroepen door President Theodore Roosevelt, groeide de organisatie onder Hoover uit tot een instituut waar niemand omheen kon en geen president meer zonder kon.

Vanaf het begin hadden de acties van de FBI een rechts-repressieve inslag; een weerspiegeling van Hoover’s karakter. Zijn invloed had voor- en nadelen. Hoover was een gedreven man, de FBI was zijn hele leven. Onder zijn leiding was er nooit een gebrek aan daadkracht of visie maar die visie was tunnelvormig. Desalniettemin is de man een onderdeel van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Aan het begin van zijn carrière zette hij Emma Goldman op de boot terug naar de Sovjet-Unie en vele andere historische persoonlijkheden zouden zijn pad nog kruisen. Zo komt veel van de Amerikaanse geschiedenis in vogelvlucht voorbij in dit boek en dan niet de officiële, gekuiste versie maar de smerige realiteit.

De lezer komt bijvoorbeeld te weten dat John F. Kennedy en maffiabaas Sam Giancana -onsuccesvol vervolgd door Bobby Kennedy- een maîtresse deelden. Hoe de maffia en de CIA innig verstrengeld raakten bij pogingen om Castro uit te schakelen in Cuba. Hoe Lyndon B. Johnson een dictator installeerde in de Dominicaanse Republiek (want zo hield je volgens veel presidenten de wereld stabiel: gewoon elk volk een rechtse dictator door de strot douwen!). Het boek verhaalt in detail over, onder andere, hoe uitzinnig corrupt allerlei Congresleden waren die zich door een andere dictator in de watten lieten leggen. Hoe Nixon volstrekt illegaal Cambodja bombardeerde, waarop het activisme onder studenten explodeerde. Hoe LBJ op basis van foutieve informatie die hele Vietnamoorlog begon.

Het boek toont een eindeloze stroom historische crises en hoe opeenvolgende Amerikaanse regeringen daarmee omgingen: vaak inadequaat, vaak op illegale wijze en altijd met een repressieve insteek. De Communistische Partij in de Verenigde Staten werd met wortel en tak uitgeroeid door de sabotagetechnieken van de FBI. Iedereen die ook maar verdacht werd van communistische sympathieën, iedereen die ooit een bijeenkomst had bezocht waar een communist in de zaal was, werd bespioneerd, geïntimideerd en vervolgd. Verschil tussen anarchisten, socialisten en communisten werd er niet gemaakt. Dat de overgrote meerderheid van mensen die gepakt werden om hun ‘links zijn’ geen spion waren maar bijvoorbeeld apolitieke arbeiders die betere werkomstandigheden wilden zoals een 8-urige werkdag (aan het begin van de 20ste eeuw) of zwarte Amerikanen die zich organiseerden voor een betere behandeling en gelijke rechten, maakte voor de FBI niet uit. De openlijke Communistenjacht van Joseph McCarthy was de culminatie van een halve eeuw terreur tegen de eigen bevolking, gefaciliteerd door de FBI.

Toen de Ku Klux Klan temidden van de burgerrechtenstrijd treinen begon op te blazen en burgers op straat neerschoot, droeg Lyndon B. Johnson de FBI op om de KKK net zo hard aan te pakken als de communisten. Hoover had zich nooit met de Klan bemoeid en zou dat uit zichzelf ook niet doen, gefixeerd als hij was op het Rode Gevaar. Maar hij deed wat de president vroeg en de KKK werd net zo succesvol geïnfiltreerd en gesaboteerd als de communisten. Toen Viola Liuzzo, een blanke vrouw die actief was in de burgerrechtenbeweging, in haar auto werd doodgeschoten door Klanleden, had de FBI dezelfde dag nog de zaak rond. Een FBI informant was erbij toen zijn KKK collega’s de schoten losten.

De veroordeling van dit soort moordenaars ging niet altijd voorspoedig, aangezien vaak de gehele law enforcement in zuidelijke regionen lid was van de Klan. In 1964 ‘verdwenen’ drie studenten in Mississippi. De plaatselijke politie had ze in samenwerking met de Klan vermoord. De state government weigerde hen te vervolgen, waarop de federale overheid het overnam. Het kwam niet van gepaste straffen en in 2005 werd nog een laatste verdachte veroordeeld. De bijzinnen over martelkamers en killing fields van de Ku Klux Klan bezorgden me rillingen. Deze terroristische organisatie heeft recent nog zijn steun uitgesproken voor de aanstaande Amerikaanse president.

Bij vlagen is het boek smeuïg, bijvoorbeeld als het Nixon ten tijde van Watergate betreft. Het is smullen van wat toen top secret informatie was en hoe een machtsstrijd binnen de FBI (na het overlijden van J. Edgar Hoover) een front hoogeplaatste FBI-mannen ertoe bewoog om Nixon het Witte Huis uit te werken. Nixon ging zo ver dat hij het toenmalige hoofd van de FBI vroeg om onder ede voor hem te liegen. Het hele gesprek werd door hemzelf opgenomen (nu na te luisteren op de White House tapes). Zoals zo veel in dit boek is het ook verbijsterend hoe Nixon temidden van berichtgeving over Watergate nog zo populair blijkt bij de bevolking dat hij in 1972 met overmacht wordt herkozen als president.

Na Hoover’s dood en nadat de FBI door het Watergate schandaal gedwongen werd om zijn eigen gelederen onder de loep te leggen, werden regels en richtlijnen aangescherpt. Er kwam een speciaal gerechtshof dat wiretapping en electronic surveillance van tevoren goed moest keuren. Dus niet eerst inbreken om een tap te plaatsen en dan om een handtekening vragen om het ding legaal aan te kunnen zetten. Of inbreken en paperassen stelen en de hele operatie buiten de boeken houden. Het hof zei bijna nooit nee tegen de verzoeken van de FBI maar de te bespioneren persoon moest wel een agent of a foreign power zijn.

Toen rechter William H. Webster, de derde directeur van de FBI vanaf 1978, duidelijkheid wilde over wat er van de FBI werd verwacht, “Webster was astonished to find that the FBI had no legal framework for its operations. The Bureau had no charter – a legal birth certificate from Congress spelling out its role. It never had one”(p.344). Webster wilde weten wat de spelregels zijn, in plaats van elke keer achteraf te horen te krijgen wat de FBI niet mocht. Maar geen president durfde daar zijn vingers aan te branden, tot op de dag van vandaag. Alsof ze toch de mogelijkheid willen behouden om de bevoegdheden van de FBI uit te kunnen breiden zonder regels in zwart op wit te overtreden.

Door het overzicht van alle regeringen en hun daden sinds de oprichting van de FBI, valt het op hoezeer Amerikaanse presidenten de wet naar eigen inzicht ombuigen, om niet te zeggen aan hun laars lappen. En vervolgens tegen hun eigen bevolking liegen over wat ze hebben gedaan. Soms komt dat uit. Reagan verkocht wapens aan Iran in ruil voor Amerikaanse gijzelaars. De miljoenenwinst van die verkoop ging naar ondersteuning van rechtse milities in Latijns-Amerika, die linkse regeringen omver wilden werpen. Dat geldspoor was duidelijk zichtbaar binnen het Witte Huis, in weerwil van Reagan’s op t.v. bepleitte onschuld. Alle betrokkenen zagen de bui al hangen en twee weken na Reagan’s ontkenning werd de verkoop in een korte verklaring publiek gemaakt. Hierop volgde zes jaar onderzoek door de FBI. Van President Reagan, de directeur van de CIA en veel van hun helpers werd aangetoond dat ze de wet hadden overtreden. President George H.W. Bush zorgde er met een presidentieel pardon voor dat geen van hen vervolgd werd.

Ontnuchterend en ontluisterend is ook hoezeer de kwaliteit van het werk van de FBI beïnvloed wordt door bureaucratie. Gebrek aan leiding, visie en communicatie, plus gebrek aan een werkend computersysteem leidde in de recente geschiedenis nog tot gevaarlijke situaties. Meer dan 50 analysten werden in 1995 en ’96 ingehuurd om informatie te beoordelen op terroristische dreiging en om een langetermijnstrategie uit te zetten op dat gebied. Binnen 1 jaar waren al die mensen weer weg, gechoqueerd door de deplorabele toestand waarin hun afdeling verkeerde. Rond de eeuwwisseling had de FBI welgeteld één analyst die zich met Al-Qaeda bezig hield.

In de weken voor 11 september 2001 probeerden verschillende individuen binnen de FBI terroristische dreigingen aan te kaarten bij de hogere regionen van de organisatie. Een FBI-agent in Minneapolis probeerde uit alle macht legaal stappen te ondernemen tegen Zacarias Moussaoui, die vlieglessen nam om een 747 te leren besturen maar geen interesse toonde in leren opstijgen of landen. De betreffende agent zei letterlijk dat hij wilde voorkomen dat Moussaoui een vliegtuig het WTC in zou vliegen. Hij kreeg nul op het rekest.

Na 11 september was terrorisme opeens ieders prioriteit. Alle technieken die de FBI had gebruikt in de oorlog tegen het communisme werden uit de mottenballen gehaald. Onschuldige mensen werden opgesloten, wetgeving en mensenrechten genegeerd. Weer gaf een Amerikaanse president de FBI de opdracht om in het geheim systematisch de wet te overtreden. Amerikaanse burgers werden en worden massaal in de gaten gehouden door hun eigen overheid. Ondertussen werd de chaos binnen de FBI alleen maar groter. Met als lichtpuntje dat enkele FBI-agenten successen boekten bij het verhoren -zonder intimidatie of geweld- van terrorisme-verdachten. Waarop de CIA diezelfde arrestanten begon te martelen, met toestemming van President Bush, vice-president Cheney en de minister van defensie. FBI-agenten rapporteerden aan hun meerderen wat de CIA aan het doen was.

Geleidelijkaan kwamen ze bij de FBI te weten dat er martelingen, moorden en verkrachtingen plaatsvonden in de Abu Graib gevangenis. Maar de FBI deed niets, om de relatie met de CIA en het leger niet te verstoren. En toen ontdekte een FBI-agent in gesprek met de gevangengenomen Saddam Hussein dat Irak nooit massavernietigingswapens had gehad. Bush was een oorlog begonnen om niet-bestaande wapens.

Alle smerigheid is ronduit deprimerend maar het boek maakt ook duidelijk hoe moeilijk het werk van de FBI is en dat er behoefte is aan dit soort organisaties. Amerika kon begin 20ste eeuw niet uit zijn neus blijven eten terwijl anarchisten aanslagen pleegden en de Sovjet-Unie en pre-Nazi Duitsland op grote schaal spioneerden en recruteerden. Er is vanaf het prille begin van de FBI als geheime afdeling binnen het Justice Department al spanning geweest tussen de wet en hoe in de praktijk informatie wordt verkregen en gevaar wordt uitgeschakeld. Die spanning lijkt tot op zeker hoogte onvermijdelijk maar de noodzaak van een veiligheidsdienst als de FBI is helder. Dat was voor mijzelf een eyeopener, dat hoewel ik het vaak grondig oneens ben met de acties van de FBI (Hoover dacht dat Martin Luther King een pion van de Sovjets was en liet hem daarom bespioneren en saboteren. Om maar wat te noemen.) ik het nut van de organisatie op zich wel inzie nu. Alleen jammer dat ze zo vaak incompetent blijken.

Dat een president uit Texas de KKK een halt toeriep mag een klein wonder heten. Net als de toewijding van de FBI, toen 99,4% wit en 100% man en rechts. Zo zijn er meer verrassingen. Bijna elke keer als de illegale werkwijze van de FBI aan het licht komt, als burgerrechten met voeten getreden worden in zaken die voor het gerecht komen, besluit het Hogerrechtshof dat dat niet zomaar kan. Een handjevol mensen binnen het Justice Department kwam in opstand tegen Bush en Cheney’s spionage ten opzichte van de eigen bevolking. Individuen van elke politieke kleur (inclusief een ultra rechtse, door Nixon aangestelde supreme judge) maakten zich hard voor rechten van burgers. Niet altijd maar het komt vaak genoeg voor om wat hoop te behouden. Hoop die met Trump als toekomstige president hard nodig is.

De indruk die dit boek bij deze lezer achterlaat is ook dat de tijden waarin we nu leven helemaal niet zo uitzonderlijk zijn. De huidige aanval op privacy en burgerrechten is al bijna een eeuw gaande. Terrorisme is ook niet nieuw. Alleen lijken de mensen die erover gaan geen lering te trekken uit het verleden omdat ze net als hun voorgangers in een oververhitte bubbel zitten, zonder langetermijnsperspectief. Trump belooft wat dat betreft weinig goeds. Ik ben heel benieuwd hoe er achter de schermen van regeringen en veiligheidsdiensten op hem gereageerd gaat worden. Daar valt ooit een smeuïg boek over te schrijven…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s