Douglas A. Blackmon – Slavery by Another Name. The Re-Enslavement of Black Americans from the Civil War to World War 2.

Ik was al begonnen aan dit boek voordat de wintermaanden aanbroken en het weer buiten net zo donker werd als mijn humeur. Van dit werk wordt niemand vrolijk. Wel moedeloos en gedeprimeerd. Toch is Slavery by Another Name een heel belangrijk boek.

Het is zwaar om te lezen. Ten eerste omdat Blackmon grondig de Amerikaanse geschiedenis behandelt en als in een rechtszaak elk stuk bewijs, elke gepleegde verschrikking noemt om te laten zien dat al die individuele gevallen samen een systeem (van racisme en slavernij) vormen. Ten tweede omdat al het lelijks waar de Verenigde Staten nu nog vaak last van hebben in detail wordt beschreven.

Behalve slavernij gaat het om alle bijkomende sentimenten. Die sentimenten spelen nog steeds een grote rol in hedendaagse debatten in de Amerikaanse politiek en elders. Wie het nieuws volgt zal allerlei mechanismes in dit werk herkennen, zoals het structureel tegenwerken en benadelen van bepaalde groepen om dan te concluderen dat de gediscrimineerde groep er toch niets van bakt. Dus waarom zou die groep dan financieel gesteund moeten worden vanuit de overheid? (Dat in 2017 -veelal zwarte- kinderen op openbare scholen in Detroit niet leren lezen is de schuld van hun ouders, volgens de staat Illinois. Mark Rutte is van de subtielere discriminatie: die durfde eerder dit jaar nog te beweren dat de beste kandidaten voor zijn nieuwe regering gewoon bijna altijd man zijn. Helaas pindakaas. Welk glazen plafond?) Het aanwijzen van ‘de ander’ en oproepen tot haat. De schaamteloosheid van daders die de levens van anderen ondergeschikt maken aan hun ego maar wel bezwaar maken als hun “eer” wordt aangetast wanneer boven water komt wat ze hebben uitgevreten. (Zie Bill O’Reilly, Bill Cosby en al die anderen uit het pre-Harvey Weinstein tijdperk.) De mensheid komt er niet goed vanaf in dit boek.

Zoals de titel aangeeft, beschrijft Blackmon een lange periode in de Amerikaanse geschiedenis. Hij benoemt en illustreert omslagpunten in de cultuur en wetgeving van de Verenigde Staten en de verstrekkende gevolgen daarvan voor de zwarte bevolking. Hoe 10 jaar na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) de Republikeinen al terugkwamen op hun besluit om zwarte mannen stemrecht te geven. Na een korte periode van hoop waarin slaven officieel bevrijd waren en zelfs als volwaardige burgers deelnamen aan politieke processen, werd deze Reconstruction weer vakkundig afgebroken. Wetten werden teruggedraaid en witte zuiderlingen merkten dat ze (nog steeds) straffeloos zwarte mensen konden uitbuiten.

Een grootschalig systeem van “nieuwe slavernij” ontstond: zwarte mannen, vrouwen en kinderen werden zonder reden opgepakt en door een lokaal belangrijk persoon veroordeeld tot een straf. De “veroordeelde” moest dan de proceskosten en opgelegde boete betalen, waar ze bijna nooit geld voor hadden. Dus dan moesten ze werken om dat geld “terug te betalen”. In een kolenmijn, houthakkerskamp of op een katoenplantage. Als er al werd bijgehouden wanneer de straf was “afgelost”, dan werd er op die datum een nieuwe beschuldiging geuit. Een nieuwe veroordeling vond plaats en de persoon in kwestie moest nog een jaar dwangarbeid verrichten. Deze handelingen konden tot in het oneindige worden herhaald en convicts werden makkelijk doorverkocht aan een nieuwe eigenaar.

Ten tijde van de officiele slavernij kostte een sterke zwarte man honderden dollars. Nu kon een witte keuterboer voor een paar tientjes aan een slaaf komen, wat het voor veel meer witte Amerikanen mogelijk maakte om aan dit nieuwe systeem mee te doen. Er was geen enkele motivatie voor de slavendrijvers om hun werklui te sparen. Morele bezwaren tegen uitbuiting hadden ze toch al niet maar als ze nu een slaaf doodwerkten kochten ze zo weer een nieuwe. Elke dag zweepslagen of een andere vorm van marteling was de gewoonte. Kleding werd niet verstrekt dus veel nieuwe slaven deden hun werk naakt, ook al was het winter. Dit systeem verspreidde zich door het hele Zuiden en trof honderdduizenden zwarte Amerikanen. Velen overleefden het niet.

Af en toe was er een sprankje hoop. President Theodore Roosevelt stelde in 1903 een onderzoek in waarbij de wijdverbreidheid van het nieuwe slavernij-systeem aan het licht kwam. De secret service werd ingezet. Maar het ingebakken racisme won, ook omdat de goedkope arbeid van de nieuwe slaven de oorzaak was van de economische boom in het Zuiden. Dat lieten ze zich niet afpakken. Bijna geen enkele zuiderlijke jury was bereid om bewezen slavendrijvers als schuldig aan te merken en betrokken rechters weigerden om proportionele straffen op te leggen. Zuiderlingen waren ook niet gediend van de aantasting van hun eer. Wie hun goede naam bezoedelde, moest daarvoor boeten. “Raciale” spanningen liepen steeds hoger op. Dat wil zeggen, witte racisten werden steeds bozer.

Eugenetische theorieën raakten in de mode rond de eeuwwisseling. De wetenschap werd ingezet om de superioriteit van witte mensen te onderbouwen. Hitler maakte daar later dankbaar gebruik van. Zijn toneelstuk The Clansman verdedigend (een geschiedvervalsende verheerlijking van de Ku Klux Klan), zei schrijver Thomas Dixon dat “God ordained the southern white man to teach the lessons of Aryan supremacy” (p. 269). Zelfs de terminologie van de nazi’s werd kant en klaar aangeleverd.

De zwarte bevolking zat ondertussen niet stil. Er waren wisselingen van de wacht qua zwart leiderschap. De strijdbare Frederick Douglass was in 1895 overleden. Booker T. Washington, net als Douglass in slavernij geboren, was daarna de prominenste zwarte stem en mat zich een meegaande houding aan. Hij ging mee in de opgelegde segregatie en discriminatie maar probeerde via stille diplomatie verbeteringen te bewerkstelligen. Desalniettemin rezen de haren me te berge bij het lezen van een van zijn speeches, waarin hij pleitte voor segregatie. Een nieuwe generatie zwarte intellectuelen onder leiding van W.E.B. DuBois was ook niet gediend van Washington’s aanpak. “DuBois insisted that it was whites who needed to adapt to full black citizenship.” (p.270)

DuBois voerde bovendien als socioloog onderzoek uit naar de levensomstandigheden van zwarte Amerikanen in het hart van de nieuwe slavernij. Dit boek lezend dringt het goed door hoe moedig, baanbrekend en levensgevaarlijk zijn werk was. Door het verslechterde politieke klimaat werd de publicatie van de studie van DuBois en co. in Lowndes County, Alabama -de grootste studie in zijn soort ooit uitgevoerd in de V.S.- een jaar vertraagd. Door hetzelfde overheidsorgaan dat eerder de hele onderneming gefinancierd had. DuBois kreeg te horen dat de studie “aan politieke zaken raakte” en dat het document daarom ook niet aan hem geretourneerd kon worden. De studie werd vernietigd. Zo bang was men in Washington, D.C. om in tijden van grootschalig openbaar geweld van witte menigtes door het hele land, die massa’s tegen de haren in te strijken. Optreden tegen die meutes, feiten zetten tegenover de tsunami aan racistische propaganda, kwam blijkbaar niet in hen op.

Lafheid en opportunisme overheersten op lokaal en federaal niveau. Ook President Roosevelt vormde geen uitzondering op die regel. Witte zuiderlijke mannen die feitelijk gewoon door waren gegaan met het houden van slaven sinds het eind van de Burgeroorlog werden niet bestraft of überhaupt berecht voor hun dagelijkse misdaden. Ze bleven stevig in het zadel zitten en vergaarden steeds meer macht. Soms gingen ze de politiek in en werden zelfs het boegbeeld van hun thuisstaat.

Rond 1910 was de nieuwe slavernij op zijn hoogtepunt in Alabama: “Three massive industrial concerns -U.S. Steel’s Tennessee Coal, Iron & Railroad unit, Sloss-Sheffield and now Pratt Consolidated- competed mercilessly for forced laborers. Other industrial concerns stood ready to step in if any major player receded. The system arrived at a cynical optimum of economic harmony, knitting together the interests of capitalists, white farmers, local sheriffs and judges and advocates of the most cruel white supremacy – all joined and served by an unrelenting pyramid of intimidation.” (p. 331) Wat begonnen was als lokale schendingen van de mensenrechten was uitgegroeid tot een staatoverstijgend netwerk van slavernij ten dienste van de zuiderlijke industrie. Als een kolenmijn meer mankracht nodig had, werden er snel wat zwarte mannen opgepakt. Sheriffs en rechters hielden zich niet bezig met het bestrijden van misdaad maar waren zelf misdadigers, grote spelers in de verkoop van onschuldige mensen. Zwarte Amerikanen waren vogelvrij in het Zuiden. Terwijl racistisch geweld werd gevoed met mythes over zwarte misdaden, bleven zwarte mensen op mysterieuze wijze “verdwijnen”. Opgepakt en verhandeld door een lokale sheriff om te eindigen in een werkkamp. Mishandeld en geketend, vaak fysiek bezwijkend en dan afgevoerd in een anoniem graf of simpelweg meeverbrand in de oven waar de kolen tot coke werden gesmolten.

In 1908 begon in Georgia een onderzoek naar het convict leasing systeem omdat er vermoedens van fraude en corruptie bestonden. In de hoorzittingen die volgden kwam veel meer boven water. De wreedheden en tirannie die door getuigen werden beschreven, vonden hun weg naar de media. Er kwam verzet op gang, in eerste instantie vanuit kerken, tegen het systeem van dwangarbeid of in ieder geval de omstandigheden waaronder dat tot nu toe plaatsvond. De gouverneur van Georgia hield een referendum en het bijna geheel witte electoraat stemde voor het afschaffen van het dwangarbeidsysteem per maart 1909. Een wonder. Maar in de praktijk veranderde er niets. Rond 1930 had de staat Georgia meer dwangarbeiders dan ooit: meer dan 8000 mannen en vrouwen in chain gangs in 116 counties.

De algemene tendens bleef slecht. In 1912 werd Woodrow Wilson, een openlijke white supremacist, tot president verkozen. Duizenden zwarte soldaten vochten mee in de Eerste Wereldoorlog maar hun thuiskomst in 1918 wakkerde de racistische rellen en lynchings alleen maar aan. De enige verandering na meer dan 60 jaar nieuwe slavernij was de techniek. Moderne technologieën maakten de fysiek intensieve arbeid waar slaven voor gebruikt werden gedeeltelijk overbodig. Tegelijkertijd verslechterde de economie door onder andere de komst van beestjes die de katoenoogst vernietigden, waardoor arbeid spotgoedkoop werd. Slavenarbeid werd door deze ontwikkelingen relatief duur.

Een witte jongen uit North Dakota werd in 1922 opgepakt in het Zuiden en verkocht aan een turpentine camp. Hij overleefde het niet. Zijn ouders geloofden niet dat hij simpelweg aan malaria bezweken was (hij was doodgeslagen met een zweep) en begonnen juridische procedures. Er werden journalistieke stukken geschreven over de zaak. De dader werd eerst veroordeeld en later weer vrijgesproken. Maar alle media-aandacht leidde ertoe dat de staat Florida het jaar daarop besloot om zweepstraffen voor gevangenen af te schaffen. Dit soort zaken zorgden voor een voorzichtige kanteling in de publieke opinie. Vooral nu bleek dat ook witte jongens ten prooi konden vallen aan het convict leasing systeem.

Hier en daar werden esthetische verbeteringen doorgevoerd. In 1928 maakte de nieuwe gouverneur van Alabama een eind aan het te werk stellen van gevangenen in de mijnen in die staat. In plaats daarvan werden ze verhuisd naar nieuwe gevangenissen en aan het werk gezet in chain gangs bovengronds.

Vijf dagen na de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941 stuurde de Attorney General in opdracht van President F.D. Roosevelt een bericht naar alle federale aanklagers: vanaf nu diende alle meldingen van slavernij serieus te worden genomen. Roosevelt had bedacht dat ze alle beschikbare mankracht nodig zouden hebben bij de oorlog die zich aandiende. En dat de vijanden van de V.S. gebruik zouden maken van het gebrek aan vrijheid en gerechtigheid dat zwarte Amerikanen dagelijks ervaarden. Dat ze überhaupt het lef hadden om het over “democratische idealen” te hebben terwijl een deel van hun eigen bevolking door een ander segment van diezelfde populatie in slavernij gehouden werd, me bloed wordt karnemelk.

In 1942 werden voor het eerst een witte Texaan en zijn dochter veroordeeld tot gevangenisstraf voor het mishandelen, verminken en in slavernij houden van een verstandelijk gehandicapte zwarte man. (1865-1942, rekent u even mee?) De eeuwenoude Slavery Kidnapping Act werd daarbij ingezet. Een Texaanse krant stelde dat de veroordeling een belangrijk tegenwicht vormde voor de enemy propaganda die zwarte Amerikanen wilde overhalen om de vijand te steunen.

In de jaren erna werden wetten aangescherpt en in 1951 werd elke vorm van slavernij expliciet een misdaad (want ondanks dat ze er een Burgeroorlog over hadden uitgevochten, bleef dat aspect van de wet nog een beetje vaag voor een boel Amerikanen). Berichten over slavernij bleven in de jaren ’50 binnendruppelen maar de Tweede Wereldoorlog had een cultuuromslag ingezet. De gruwelen van nazi-Duitsland hadden indruk gemaakt op Amerikaanse soldaten en de Amerikaanse samenleving als geheel.

Zwarte Amerikanen vertrokken massaal uit het Zuiden en begonnen wat later de Burgerrechtenbeweging zou heten. In 1954 werd de segregatie van openbare scholen ongrondwettelijk verklaard. Douglas Blackmon wijst erop hoe ironisch het is dat bijna een eeuw na de officiele afschaffing van de slavernij, de spiegel van nazi-Duitsland eindelijk een echte verandering op gang bracht. Nu kon geen enkele Amerikaan meer negeren wat er gebeurt als een land systematisch een minderheid minacht en in het nauw drijft.

Dit boek heeft de Pulitzer Prize gewonnen. Wat niet veel zegt over hoeveel mensen het daadwerkelijk gelezen hebben maar wel dat het enige bekendheid en prestige geniet. Ik hoop van harte dat dit standaardwerk in Amerikaanse scholen gebruikt wordt. Zelf had ik op school een stuk meer willen leren over het Nederlandse slavernijverleden. Dat had ook meer empathie kunnen kweken bij alle witte mensen die zich nu doof en blind houden voor bezwaren tegen Zwarte Piet. Om maar iets te noemen. Goed boek, deprimerende geschiedenis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s