Jane Mayer – Dark Money. The Hidden History of the Billionaires Behind the Rise of the Radical Right.

Dark Money is sinister vanaf de allereerste bladzijde. Het geeft inzicht in de politieke machine die Charles en David Koch al vanaf de jaren ’70 aan het bouwen zijn en hoe zij nu grote invloed hebben op elk niveau van de Amerikaanse regering. Ze hebben systematisch niet alleen het politieke apparaat naar hun hand gezet maar daar ook een hele ideologische productielijn aan toegevoegd. In de jaren ’80 werden de Kochs nog algemeen gezien als extremisten. Ondertussen is hun radicale gedachtegoed geen randfenomeen meer maar bepaalt het de Amerikaanse politieke agenda.

Dat Obama ondanks al hun machinaties verkozen werd leek een enorme tegenvaller voor de gebroeders Koch. Het zou een actievere overheid betekenen, die onder andere de omvangrijke vervuiling door hun bedrijven zou aanpakken. Achteraf bleek Obama’s verkiezing het startschot voor een schaalvergroting van de Koch’s politieke activiteiten. Vele bil- en miljonairs sloten zich aan bij hun clandestiene club om hun eigen fortuin veilig te stellen. De regering en daarmee de democratie zelf wordt actief gesaboteerd opdat deze mensen geld kunnen blijven verdienen aan het uitbuiten van werknemers en het vervuilen van het milieu. Dit lijkt gechargeerd, zoals ik het nu opschrijf, maar dit is de feitelijke waarheid en Mayer toont de bewijzen.

Het bedrijf van de Koch broers werd opgericht door hun vader Fred. Die kreeg een fortuin van Stalin om Sovjetolie te raffineren en deed daarna lucratieve zaken met Hitler. Dit deel is uit de officiële bedrijfsgeschiedenis geschrapt maar historici hebben het paper trail boven water gekregen. Het Koch imperium is gebouwd op besmet geld en de houding van vader Fred leeft voort in zijn zoons.

In 1958 was Fred Koch één van de eerste elf leden van de John Birch Society, een aartsconservatieve, anticommunistische en racistische groepering. De FBI kreeg hem in het vizier en zij beschreven zijn ideeën als “utterly absurd” (p.48). Fred Koch was een dictatoriale, gewelddadige man die zijn gezin terroriseerde. Toch zijn de twee broers die het bedrijf uiteindelijk van hun vader overnamen ook ideologisch in zijn voetsporen getreden. Al had Charles minder met de communistische complottheorieën en meer met de economische anti-overheids ideeën. Zijn gedachtegoed op dat gebied is zo extreem laissez-faire dat het grenst aan anarchisme. Biograaf Clayton Coppin suggereert dat “Charles harbored a hatred of the government so intense it could only be truly understood as an extension of his childhood conflicts with authority” (p.65).

Onder leiding van Charles probeerden David en Bill Koch hun oudste broer Fred met chantage uit het te erven familiebedrijf te weren. In 1967 ging pa dan eindelijk dood en werd Charles op zijn 32e directeur en bestuursvoorzitter van Koch Industries, dat toen een waarde had van 177 miljoen dollar. Een paar jaar later probeerde Bill een coup te plegen die eindigde in zijn ontslag. Het regende onderling aangespannen rechtszaken, waar ze zo’n twintig jaar aan kwijt waren.

In de jaren ’70 had Charles al een duidelijk plan voor het opzetten van een libertarische revolutie, inclusief geraffineerde marketingstrategieën, analyse van het succes van de John Birch Society en hoe de jeugd te bereiken in navolging van het Hitlerjugend-model. Dit lezen is even ontluisterend als bizar. Deze man heeft het geld om al zijn destructieve idealen werkelijkheid te zien worden en dat is precies wat er de afgelopen decennia in de V.S. gebeurd is.

In 1980 werd David Koch de vicepresidentskandidaat voor de Libertarische Partij, zodat hij de wet rond het maximumbedrag aan donaties kon omzeilen. Sponsors mochten niet meer dan 1000 dollar per persoon aan een kandidaat geven maar kandidaten mochten hun eigen geld geheel aan zichzelf besteden. David Koch zorgde zo voor 60% van het campagnebudget. Het partijprogram bestond onder andere uit het afschaffen van

  • Alle sociale belastingen
  • Wetten rond de financiering van campagnes
  • Gezondheidszorg en zorgverzekeringen georganiseerd door de overheid
  • Bijstand
  • Het Environmental Protection Agency
  • De FBI
  • De CIA
  • Het minimumloon
  • Wetten tegen kinderarbeid
  • Openbare scholen

En zo verder. “The platform was, in short, an effort to repeal virtually every major political reform passed during the twentieth century.” (p.70/71) Het enige dat de overheid volgens de Kochs zou moeten doen was het beschermen van eigendomsrechten.

David Koch verloor spectaculair met maar 1% van de stemmen. Daarop besloten de broers om zich te richten op het beïnvloeden van de politieke agenda via anderen. De volgende drie decennia pompten ze meer dan 100 miljoen dollar in schijnbaar onafhankelijke organisaties die allemaal hun radicale ideeën verspreidden. En ze waren niet alleen. Andere superrijke, conservatieve families hielpen mee de Amerikaanse democratie te kapen en richting rechts te duwen. Het liefst via liefdadigheid want dat garandeert anonimiteit en is belastingvrij. Richard Mellon Scaife bijvoorbeeld gaf in 50 jaar tijd zo’n 620 “charitatieve” miljoenen uit aan het beïnvloeden van staatszaken. Hij orkestreerde en financierde een vendetta tegen Bill Clinton die uitmondde in diens impeachment procedure. “Scaife proved how hard it was to defend against unlimited, untraceable spending by an opponent hiding behind nonprofit front groups” (p.104).

Naast een gedetailleerd beeld van de Koch’s levensloop schetst Dark Money ook het ontstaan van de huidige conservatieve beweging in Amerika. Hun successen lopen parallel. In de jaren 1960 voelden Amerikaanse conservatieven zich gemarginaliseerd. In de politieke en culturele arena waren ze geen factor meer. Rechtse activisten die zich verzetten tegen de Liberal Establishment vonden aansluiting en financiering bij een rijke, reactionaire elite. Lewis Powell, een prominente bedrijfsadvocaat die uiteindelijk rechter werd bij het Hooggerechtshof, vond dat “Conservatives must capture public opinion by exerting influence over the institutions that shape it, which he identified as academia, the media, the churches and the courts. He argued that conservatives should control the political debate at its source by demanding ‘balance’ in textbooks, television shows and news coverage. Donors, he argued, should demand a say in university hiring and curriculum and ‘press vigourously in all arenas‘” (p.92) En zo geschiedde.

Powell cum suis zijn verantwoordelijk voor de term “liberal bias” die nog steeds rijkelijk wordt rondgestrooid door rechtse types. Ze vielen organisaties aan als The New York Times, die zichzelf als politiek neutraal zagen en ook actief zorgden dat er mensen uit het hele politieke spectrum in hun gelederen vertegenwoordigd waren. In plaats van iets te veranderen aan hun eigen rechtse bias, drukten ze niet-rechtse organisaties in een hoek, die van schrik meer Republikeinen aanstelden. “They reduced the older organizations that prided themselves on their above-the-fray public-service-oriented neutrality to mere combatants in a polarized war” (p.99) Die polarisatie is waar iedereen nu (bijna 50 jaar later) de mond vol van heeft.

De impact van deze lieden blijkt onder andere uit het hoe het vertrouwen van de Amerikaanse bevolking in hun overheid vanaf 1974 steeds verder afnam. De boodschap van de conservatieve beweging was consequent dat niet de zakenwereld maar de regering het probleem was. Paul Weyrich “dramatically enlarged the conservative groundswell by co-founding with Jerry Falwell the Moral Majority, which brought social and religious conservatives into the pro-corporate fold. Weyrich was particularly adept at capitalizing on white anger over desegregation” (p.110).

De CIA gebruikte de John M. Olin Foundation van 1958 tot en met 1966 als bank, om geld wit te wassen. Veel van dat geld werd uitgegeven aan het ondersteunen van anti-communistische intellectuelen en publicaties. Journalisten ontdekten het in 1967 en dat was het einde van dat project. Het idee om met een privé-instelling ideologische medestanders te sponsoren bleef hangen.

De Olin Foundation spendeerde tot 2005 ongeveer 185 miljoen dollar aan “the promotion of free-market ideology and other conservative ideas on the country’s campuses. In doing so, it molded and credentialed a whole new generation of conservative graduates and professors” (p114). En dan met name op Ivy League universiteiten omdat die de toon zetten in intellectuele debatten. Eén van de academici die werd gesponsord door de Olin Foundation was John Yoo, “the legal scholar who went on to become the author of the George W. Bush administration’s controversial ‘torture memo’ legalizing the American government’s brutalization of terror suspects” (p.129).

De Olin Foundation organiseerde ook populaire seminars voor rechters, die neerkwamen op een door conservatieve organisaties en bedrijven gesponsorde vakantie. Veel van die bedrijven waren verwikkeld in rechtszaken. Wat voor rechter zegt ja tegen zoiets? “By one count, 40 percent of the federal judiciary participated, including the future Supreme Court Justices Ruth Bader Ginsberg and Clarence Thomas” (p.134).

Het is moeilijk om in een recensie te vatten hoeveel vertakkingen de Kochtopus heeft, hoe geraffineerd en invloedrijk het netwerk van de conservatieve beweging is. Mayer beschrijft hoe wet na wet sneuvelt of wordt afgezwakt en het effect daarvan: superrijken worden nog rijker, de gemiddelde en vooral de arme Amerikaan krijgt het zwaarder en de ene wetsverandering maakt de volgende verandering mogelijk. Zo is het nu legaal voor mensen als de Kochs om ongelimiteerd geld te geven aan politici voor hun campagnes.

Hoeveel mensen zijn er dood door de systematische ontduiking van veiligheids- en milieuregels door de Koch’s vele bedrijven? Zelfs in het geval van Danielle Smalley en Jason Stone, twee tieners die levend verbrandden in hun auto door een gaslek uit een niet-onderhouden Koch pijpleiding, gedroeg de firma Koch zich als een Harvey Weinstein. In plaats van schuld te bekennen werden Smalley’s vader en zijn advocaat afgeluisterd en achtervolgd. Mayer toont hoe systematisch het gedrag van de Kochs is en ook hoeveel rechtszaken er ondanks hun macht toch tegen hen gewonnen zijn. Waarop hun woordvoerders doodleuk liegen over de uitkomst van de rechtszaken. De Kochs hebben geen enkel moreel besef. Kenneth Ballen, een voormalig openbaar aanklager die met ze te maken kreeg zei hierover: “It wasn’t like politics; it was like investigating organized crime” (p. 168)

De Kochs zijn niet de enigen uit hun cirkel die zich zo gedragen. Invloedrijk klimaatwetenschapper Michael Mann werd het doelwit van The Commonwealth Foundation for Public Policy Alternatives, een denktank in Pennsylvania die nauwe banden had met biljonair Scaife. De denktank “waged a campaign to get Mann fired and successfully lobbied Republican allies in the legislature to withhold Penn State’s funding until the university took ‘appropriate action’ against Mann. With the public university’s finances held hostage, it agreed to investigate Mann. Meanwhile, the think tank ran a campaign of attack ads against him in the university’s daily newspaper, as well as helping to organize an anti-Mann campus protest” (p.273). Mann werd met de dood bedreigd en de FBI kwam eraan te pas nadat hij een envelop vol verdacht poeder had ontvangen.

Dan was er ook nog de systematische sabotage van de regering Obama. Door de Kochs opgerichtte en gesponsorde instellingen publiceerden een stroom aan wetenschappelijke publicaties, persberichten en columns tegen Obama’s plannen. Dat de berichten over bijvoorbeeld de bevoordeling van Democratische kiezersdistricten ongefundeerd waren, had weinig effect op het publiek van Fox News en conservatieve radiozenders die het “nieuws” uitvoerig behandelden.

Elk plan van de regering Obama werd weggezet als in het nadeel van conservatieven en hijzelf werd constant beticht van leugens door mensen die betaald werden om over hem te liegen. Tegen de tijd dat deze lui ontmaskerd werden was de PR schade al geleden. Conservatieve kiezers voelden zich beduveld en werden boos. Gematigde Republikeinse politici werden uit hun eigen partij gewerkt doordat de Kochs’ club extremere kandidaten sponsorden. Deze mensen hadden geen boodschap aan een partijlijn, zij waren trouw aan hun sponsors, niet de Republikeinse partij. Het gevolg was dat Republikeinse politici alleen maar bezig waren met het blokkeren van Obama’s projecten, of dat nou betekende dat de federale overheid met onbetaald verlof gestuurd werd of niet. De tijdelijke sluiting van alle Nationale Parken tot en met door de overheid gesubsidieerde kinderopvang, was een direct gevolg van de coup door de Koch’s marionetten.

Het is interessant om te lezen hoe deze superrijken zich zo’n zorgen maken over “linkse” ideeën, de waarde en macht die ze toekennen aan ideologie. Hun eigen ideologie rechtvaardigt ondertussen elke stap die ze nemen in het ondermijnen van de Amerikaanse democratie.

Dit boek is alarmerend op zoveel fronten en verklaart een heleboel over hoe de huidige Amerikaanse maatschappij in elkaar zit. Mayer legt haarfijn de hele politieke infrastructuur bloot die Koch en co hebben aangelegd. Ze laat zien hoe hun grootschalige manipulatie van de democratie perfect is uitgedacht, hoe geraffineerd de hele machine in elkaar zit. En hoeveel mensen eraan mee werken. Ik begon me steeds meer af te vragen hoe het in Nederland zit met de invloed van lobbyisten en andere firma’s. Als lezer kan je niet anders concluderen dan dat de V.S. heel ver heen zijn. Nederland gaat dezelfde kant op. Het marktdenken is ook hier heilig verklaard en het negatieve effect ervan is duidelijk merkbaar in bijvoorbeeld de gezondheidszorg. Tijd voor actie, niet alleen voor Amerikanen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s